Nieuws

‘Eddy PG’: gek van keepen, doodziek van een tegengoal

on

De speld met het roodwitte Feyenoord-logo blonk ook op latere leeftijd nog trots op zijn revers. Eddy Pieters Graafland, die dinsdag op 86-jarige leeftijd overleed, raakte sinds zijn komst in 1958 vergroeid met de club. Een portret van Eddy PG uit het archief van Feyenoord Magazine, dat hem rond zijn tachtigste verjaardag sprak over zijn leven en loopbaan.

Als keeper maakte Pieters Graafland deel uit van de ploeg die in de jaren zestig grossiert in prijzen: vier keer landskampioen, twee keer de KNVB Beker. Voor eeuwig staat Eddy PG in de boeken als keeper van het legendarische elftal dat op 6 mei 1970 in Milaan geschiedenis schrijft door als eerste Nederlandse club de Europacup I te winnen. De wedstrijdbal, tegenwoordig een van de pronkstukken in het Feyenoord Museum, stopt hij stiekem onder zijn trui om hem te stallen in een vitrine in een van zijn sportzaken in Rotterdam. 

Het clubicoon is zo vergroeid met Feyenoord, dat het moeilijk is voor te stellen dat hij zijn eerste stappen op het voetbalveld zet in Amsterdam, bij aartsrivaal Ajax. Toch is het zo. Sterker, hij is van origine afkomstig uit een Ajax-nest. ‘Mijn vader was bestuurslid bij de club, mijn twee oude broers speelden er. Als vanzelf kwam ik dus ook bij Ajax terecht. Mijn vader en de toenmalige trainer Jack Reynolds zorgden er voor dat ik al op 11-jarige leeftijd lid werd, hoewel dat eigenlijk pas kon als je twaalf was. “Geef maar op dat-ie twaalf is, dan zetten we dat later wel weer recht als hij vijftien is,” zei Reynolds,’ vertelt Pieters Graafland in de catacomben van De Kuip.

Keepen leert hij in de drassige polders rond Amsterdam, op een weiland achter het Olympisch Stadion. ‘Daar voetbalde ik met mijn broers, soms was mijn vader er ook bij. De kleinste moest op doel. Ik dus. Twee jassen als doelpalen. Ik was een apie en die mannen schoten zo hard, die knalden mij met bal en al het doel in. En als er eentje inging en tientallen meters verderop terechtkwam, moest ik ’m gaan halen. Dus ik dacht: dan kan ik maar beter proberen ze allemaal te pakken.’

Als amper 17-jarige debuteert Pieters Graafland in het eerste elftal van de Amsterdammers. Hij speelt nog samen met de latere succestrainer Rinus Michels en wordt in 1957 landskampioen én international in dienst van Ajax. Na een conflict met de clubleiding over een trip naar Zuid-Afrika stapt hij in de zomer van het jaar daarop over naar Feyenoord. Feyenoord betaalt maar liefst 134.000 gulden (zo’n 60.000 euro zouden we nu zeggen) voor de tot dan toe duurste Nederlandse speler ooit. De keuze voor de aartsrivaal uit Rotterdam-Zuid levert niet bepaald applaus op van zijn familie. ‘Mijn vader zei: “Je hoeft niet meer thuis te komen!” En dat meende hij, ja. Ik ging immers naar de concurrentie. Dat was hommeles, we zijn een tijd echt gebrouilleerd geweest. Dat heeft best een tijdje geduurd. Later is dat gelukkig wel weer goed gekomen. Ze vonden het thuis natuurlijk toch niet leuk dat ik niet meer kwam en ikzelf uiteraard ook niet.’

Rustpunt
Spijt heeft Pieters Graafland nooit gehad van zijn bewogen overstap. De beroemde voorzitter Cor Kieboom bouwt in die jaren aan een sterk elftal en de komst van de talentrijke doelman is een van de puzzelstukjes op weg naar succes. ‘Er heerste bij Feyenoord een echte topsportcultuur en dat was bij Ajax in die tijd veel minder het geval,’ zegt de oud-doelman. ‘Alles was hier veel beter geregeld, de trainingen, de begeleiding, de verzorging. Ik voelde me gelijk thuis. Ik werd ook meteen geaccepteerd, ik kende veel spelers van Feyenoord al van het Nederlands elftal en toernooien die we in die tijd speelden. Rinie van Woerden bijvoorbeeld en Gerard Kerkum, die hebben me meteen goed opgevangen, er was direct een klik, voelde me meteen een van hen. Het elftal waarin ik terecht kwam was al goed, maar achterin hadden ze een rustpunt nodig. Nou, ik was al international, dus ik bracht wel wat ervaring mee. Maar ik moest het wel waarmaken, ik was toch die duurste aankoop.’

Feyenoord speelt in de eindjaren ’50, beginjaren ’60 prachtig voetbal en scoort er lustig op los. Reinier Kreijermaat, Jan Klaassens, Rinus Bennaars, Cor van der Gijp, Henk Schouten, Coen Moulijn, Frans Bouwmeester, Rinie van Woerden, Gerard Kerkum zijn slechts een paar van de illustere clubhelden met wie Eddy PG samenspeelt, later uiteraard aangevuld met Rinus Israël, Guus Haak, Theo Laseroms, Wim Jansen en Willem van Hanegem. De titel van 1961, de eerste in 21 jaar, is het begin van een unieke glansperiode in Rotterdam, met ook nog kampioenschappen in ’62, ’65 en ’69, KNVB Bekers in ’65 en ’69, culminerend in de historische Europacup-winst in Milaan.

Pieters Graafland onderscheidt zich ruim tien jaar lang als kalme sluitpost, stijlvol en allround, trainend als een bezetene. In 1967 schrijft hij een boekje, Onder de lat, met tips en adviezen voor keepers. Uit een paar schitterende actiefoto’s daarin blijkt een van zijn eigen specialiteiten: in een één-tegen-één situatie de bal met een vervaarde snoekduik van de voet van de tegenstander plukken. ‘Dat was een sterk punt, ja. Als de midvoor alleen op me afkwam, was die bal voor mij. Als hij de bal maar een klein stukje te ver voor zich uitspeelde, lag ik er gelijk op. Vond ik altijd prachtig.’

Tientallen jaren voordat Hans van Breukelen beroemd wordt met het ‘penaltyboekje’ dat PSV de Europacup I en Oranje het EK van 1988 helpt te winnen, verdiept Pieters Graafland zich al in de nationale en internationale strafschoppennemers. ‘Daarvoor ging ik op maandagochtend naar de bioscoop. Daar had je het Polygoonjournaal, met Nederlandse en buitenlandse voetbalbeelden. Dan schreef ik op wie er bij welke stand en in welke hoek penalty’s nam. Ik wilde alles weten en dat schreef ik allemaal op in schriftjes. Voordat de hoofdfilm begon, ging ik weer weg, haha. Zo stopte ik ooit een penalty van de grote Tsjech Masopust en ik kan ik me er een herinneren in een wedstrijd tegen PSV bij een 2-1 voorsprong voor ons. PSV-verdediger Daan Schrijvers, die ik goed kende, stapte naar voren met zo’n blik van “die schiet ik er wel even in”. Ik loop op hem af en zeg: “Daan, doe dat nou niet, ik weet precies waar je ’m gaat schieten.” En ja hoor, ik haal die pingel eruit! Grote hilariteit natuurlijk.’

‘Ik was echt voor honderd procent met mijn vak bezig. Ik vraag me af of keepers van tegenwoordig dat ook doen. Je bent toch dé man als je een penalty stopt? Niet bij 8-1, maar als het 1-0 is, of 1-1 of 2-1. Pak je er dan een, dan bezorg je je ploeg toch de zege. Natuurlijk, het ging ook weleens mis. Schoten ze ’m in de andere hoek. Maar door dat allemaal bij te houden, vergrootte ik wel mijn kansen. Ik ging na een tegendoelpunt ’s avonds ook altijd met een blocnote en een lineaal aan tafel zitten om de situatie helemaal na te tekenen en te meten. Waar stond ik? Waar kwam de bal vandaan? Hoe had ik moeten staan om de bal te pakken? Zo zorgde ik ervoor dat ik niet nog eens op dezelfde manier zo’n goal tegen kreeg. Dat zie ik keepers van nu niet meer doen. Maar ik was helemaal gek van keepen en doodziek van een tegengoal.’

Verzameling succesvolle herinneringen
Het lukt de man die tussen 1958 en 1970 meer dan 350 officiële wedstrijden voor Feyenoord speelde nauwelijks om één absoluut hoogtepunt uit al die jaren te noemen. ‘Jongen,’ zegt hij. ‘Mijn hele voetbalcarrière is een verzameling van succesvolle herinneringen. Het eerste kampioenschap met Feyenoord in 1961, de eerste in heel veel jaren voor de club. Vier landstitels, twee keer de dubbel, 47 keer in het Nederlands elftal gespeeld. In 1967 werd ik Voetballer van het Jaar, dat gebeurt niet vaak voor een keeper. Benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, de Europacup I gewonnen natuurlijk. Wat wil ik nog meer?’

Dát Eddy PG dat laatste grote succes – de Europacup-winst in Milaan – nog boekte, was een onverwachte wending in een bizar laatste seizoen in De Kuip. Na een conflict met de nieuwe trainer Ernst Happel belandt hij tot ieders, maar vooral zijn eigen ontzetting op de reservebank. ‘Ik had met manager Guus Brox de jarenlange afspraak dat als ik niet in het eerste zou spelen, ik op zaterdag niet in het tweede elftal hoefde te keepen. Dan kon ik naar mijn sportzaken. Dat was nooit een probleem geweest, het was ook nooit aan de orde want ik speelde toch gewoon altijd in het eerste,’ vertelt hij.

Maar de rechtlijnige Happel wil bij zijn aantreden in de zomer van 1969 niks weten van de afspraak. ‘Happel was net tien dagen in dienst en toen riep hij me bij zich. Hij had de contracten eens bekeken en was daarbij ook dat aanhangsel tegengekomen. Ik zie hem nog zitten in zijn geruite hemd en met dat priemende vingertje. “Das geht nicht”, zei hij. “Als ik zeg dat je in het B-elftal moet spelen, speel jij in het B-elftal.” Ik was hevig ondersteboven. Ik was de eerste keeper, aanvoerder ook en had net een van mijn beste seizoenen ooit achter de rug. Dus ik wilde mijn contract niet tekenen. Groot conflict. Uiteindelijk belde Brox me op en hij zei: “Joh, hoe vaak zal het nou gebeuren?” Toen heb ik toch maar getekend. Maar bij de eerste wedstrijd van het seizoen stond Eddy Treijtel op doel en zat ik op de bank. Ik heb dat seizoen niet meer gespeeld en we hebben geen woord meer gewisseld.’

Tot die befaamde dagen voorafgaand aan de finale tegen Celtic. Treijtel maakt een onzekere indruk in de uitwedstrijd tegen Ajax en is mede schuldig aan het 3-3 gelijkspel, na een 3-1 voorsprong. ‘Toen werd ik de volgende ochtend door Happel ontboden en hij zegt: “Jij moet spelen tegen Celtic”. “Dat doe ik niet,” antwoordde ik. Met het mes op tafel, hoor. Ik zeg: “Mijn hele carrière heb je verpest door me dit seizoen ernaast te zetten en nu moet ik ineens spelen in de belangrijkste wedstrijd van het seizoen. Ik ben niet meer honderd procent gemotiveerd en niet meer in vorm.” We hebben elkaar echt de huid vol gescholden, hard tegen hard. Maar ja, dat ging toch knagen bij mij natuurlijk. ’s Avonds heb ik thuis een stuk hardgelopen en wat oefeningen gedaan om te zien of ik nog fit was. Dat was ik en toen heb ik besloten het toch te doen.’

“Wir haben es geschaft, wir haben es geschaft”
De rest weten we. Eddy PG keept in Milaan en behaalt met Feyenoord het mooiste succes denkbaar. ‘Stond ik daar ineens met de Europacup I omhoog. Dat was wel een overwinning hoor. Als eerste Nederlandse club, dat ik daar bij ben geweest, dat was fantastisch. En weet je wie het eerste bij me was na het laatste fluitsignaal: Happel. “Wir haben es geschaft, wir haben es geschaft.” Ik hoor het hem nog zeggen. Een half jaar later, nadat ik inmiddels was gestopt, heeft hij me nog gezegd dat hij een fout had gemaakt door me dat seizoen op de bank te zetten. Nou, dat was wat hoor, de grote Ernst Happel die een fout toegaf. Happel was echt een geweldige trainer, de beste denkbaar. Hij wist alles, de voorbereidingen waren perfect. Maar hij was verschrikkelijk rancuneus. Alleen omdat ik dat contract niet wilde tekenen, stelde hij me niet meer op. Dat had hij niet hoeven doen.’

Tekst: Joost de Jong
Beeld: Nationaal Archief

Feyenoord wenst alle nabestaanden veel sterkte toe bij het verwerken van dit grote verlies. Supporters die hun medeleven willen betuigen, kunnen op deze pagina digitaal een bericht achterlaten.

Bron: Feyenoord.nl

Aanbevolen voor jou