Nieuws

Column: Het schone straatje van Koeman

on

Hij had ervan geleerd, zei Ronald Koeman als hij weer eens in between jobs zat. Na een ontslag bij een club was er alle tijd voor interviews op een golfbaan of terras in ’t Gooi met een goed glas erbij.

De uitvloeisels daarvan waren grote, contemplatieve beschouwingen. Koeman wist uitstekend te verwoorden wat hij verkeerd had gedaan en had ‘veel meer rust’ in zijn donder dan toen hij begon.

Alleen nog net niet genoeg om zijn even gelauwerde als gehavende trainersjas aan een wilgentak naast zijn halfverschroeide Copa Mundials te hangen. Als je goed las, leek bijna iedere zin gefabriceerd voor het hoofddoel van het interview: een nieuwe baan.

Hij was dus wijzer, kroonprins-af, maar nog altijd in de running om Hollands volgende toptrainer te worden.

Nee echt, hij zou spelers niet meer in het openbaar afvallen. Zoals hij deed bij zijn eerste club Vitesse en daarna bij zijn eerste topclub Ajax. Theo, Rafael, Wesley en Zlatan hadden misschien toch wel een punt. Net als later Gomes en Schaars.

Maar nu was alles anders. Koeman was nu een veilige gok. Clubs of de KNVB (want altijd werd er in die interviews gehint naar Oranje) hoefden bij hem niet meer hun billen in de knijpstand te zetten als er een microfoon onder zijn neus werd geduwd. Hij had zijn lesje geleerd.

Het ging twee jaar boven verwachting goed bij zijn huidige club Feyenoord. Maar in seizoen drie (een beetje de seven year itch voor voetbaltrainers) is Koeman eigenlijk vanaf dag één ouderwets aan het klagen. Eerst over de druk die de media ineens op hem en Feyenoord gingen leggen.

Ondanks dat hij nogal rijkelijk bedeeld was deze zomer in vergelijking met zijn concullega’s van Ajax, PSV en FC Twente. Niet één(!) basisspeler vertrok en er kwam zelfs vers bloed: Armenteros en de recent aangesloten Bakkal.

Zes internationals, de beste speler van de eredivisie, een verbreding van de aanvalslinie en een constante stroom aan toevoer van wonderbron Varkenoord; tel uit je winst. Maar de prestaties zijn tot nu toe mager en worden slechts verbloemd door overwinningen in een welkome serie thuiswedstrijden tegen zwakke broeders.

Dieptepunt vond ik toch wel de aanvoerderswissel. Volkomen terecht natuurlijk dat Stefan de Vrij zijn band moest afgeven aan Graziano Pellè. Het was zelfs veel te laat. In de zomerstop had Koeman in alle rust deze switch kunnen voorbereiden. Het verschil tussen de prestaties van Pellè en De Vrij was immens geweest het seizoen ervoor. Om over het verschil in uitstraling nog maar te zwijgen.

De Vrij komt er wel, maar is er nog lang niet. De centrale verdediger kan zich nog niet over persoonlijke fouten heen zetten en maakt in interviews een wat angstige indruk. De Italiaanse spits heeft de mentale veerkracht en verbale zeggingskracht om eisen te stellen aan zijn ploeggenoten en ze tegelijkertijd het vertrouwen te geven dat alles goed komt.

Koeman wachtte dus een paar maanden, maar gaf toen vol gas. De Vrij was mede afgezet omdat hij, buiten Koemans medeweten, privétrainingen afwerkte. Is dus dezelfde Koeman die de jonge international eerder dit seizoen een draai om zijn oren gaf omdat hij te vaak op de grond lag na een duel. Dan wil zo’n jongen daaraan werken en dan mag dat dus niet van een trainer die zijn vrije tijd gebruikt om een reclamespot op te nemen.

Waarom moet alles naar buiten? Waarom moet de hele tijd het straatje van Koeman worden schoongeveegd? ‘Ze zorgen er steeds voor dat ik met een slecht gevoel naar huis ga,’ mopperde Koeman afgelopen zondag. Nog even en hij komt met de legendarische Gullit-oneliner: ‘ik ben niet te benijden’ op de proppen.

Met de week worden zijn uitlatingen gekker. Van enige rust en wijsheid is weinig te bespeuren. Het moet allemaal harder van Koeman. Terwijl het zelfvertrouwen van zijn talenten brozer is dan de structuur van de door de trainer aangeprezen sperziebonen.

Hoog tijd voor een grondige introspectie. De zoveelste.

Bron: nusport.nl

20131004-125833.jpg

You must be logged in to post a comment Login