Nieuws

Bellen met: Dick Schneider

on

Tijdens de voetballoze periode belt Feyenoord.nl elke week met een bekende of minder bekende Feyenoorder. Deze keer: Dick Schneider, de voormalige verdediger die vandaag precies 49 jaar geleden kampioen werd met Feyenoord in seizoen 1970-1971.

Hoe is het met u?
Schneider: ‘Prima, ik heb net een weekje op Ameland achter de rug, even de rust opgezocht. Heerlijk was dat.’

Vandaag precies 49 jaar geleden was een bijzondere dag voor u.
‘Laat me even denken, 6 juni 1971… Dat was de dag van de kampioenswedstrijd tegen Haarlem, die we met 2-1 wonnen. Een week eerder, op 27 mei, wonnen we in Amsterdam van Ajax.’

Die data staan u nog helder voor de geest?
‘Natuurlijk, dat zijn hoogtepunten geweest in mijn leven. Niet alleen omdat ik voor de eerste keer landskampioen werd, maar ook omdat ik er uiteindelijk een belangrijk aandeel in had. Tegen Ajax stonden we met 1-0 achter toen trainer Ernst Happel in de rust zei dat ik naast Coen Moulijn als tweede linksbuiten moest gaan spelen. Uiteindelijk maakte Ove Kindvall de gelijkmaker, daarna mocht ik twee kansen erin schieten, waardoor we met 3-1 wonnen.’

Het was een prachtig slot van een seizoen dat voor u niet makkelijk begon.
‘Ik kwam in het seizoen nadat Feyenoord de Europacup had gewonnen over van Go Ahead. In Rotterdam was alles nieuw en ik was overal van onder de indruk: van het stadion, van de spelersgroep, van het niveau. Er stonden ook elke dag vijf- tot zevenduizend man te kijken bij de training. Voordat ik naar Feyenoord kwam, dacht ik dat ik aardig kon voetballen, maar in de eerste weken werd mijn zelfvertrouwen wel geschonden. Met positiespel vier tegen twee stond ik altijd in het midden. Feyenoord had ook een hechte groep, waarbij ik van buitenaf kwam als vervanger van de populaire Piet Romeijn. Dat was niet altijd even makkelijk. In het begin dacht ik weleens: zou ik niet beter terug kunnen gaan naar Deventer?’

Wanneer kwam daar verandering in?
‘Trainer Ernst Happel had aan het begin van het seizoen gezegd dat de spelers die samen de Europacup hadden gewonnen, in elk geval tot aan de wedstrijden om de Wereldbeker tegen Estudiantes in september zouden gaan spelen, zij hadden dat verdiend. Kort daarna werden we verrassend uitgeschakeld in de eerste ronde van het Europacup-toernooi door UT Arad. Happel riep daarna Romeijn en mij bij zich en vertelde dat ik vijf wedstrijden op rij de kans zou gaan krijgen als rechtsback. Hij zei: “Als jij beter bent dan Piet, kan Piet met pensioen. Maar je niet beter bent, dan kan je zelf terug naar Deventer.” Uiteindelijk heb ik in die wedstrijden mijn kans gepakt en mocht ik blijven staan. Halverwege het seizoen ben ik naar de linkerkant verhuisd, omdat Theo van Duivenbode even in een mindere periode zat. Zo speelden Piet en ik uiteindelijk alsnog samen in het elftal.’

Wat weet u nog van de kampioenswedstrijd tegen Haarlem?
‘Doordat we een week eerder hadden gewonnen van Ajax, stonden wij al bovenaan, maar we moesten winnen om zeker te zijn van de titel. Thuis tegen Haarlem stonden we met 2-0 voor, toen een minuut of vijf voor tijd het publiek al het veld opstormde. Uiteindelijk werd die wedstrijd uitgespeeld en scoorde Haarlem nog. Ajax speelde ondertussen uit tegen Go Ahead, maar wij wisten niet hoe de stand daar was. We waren ervan overtuigd dat we zelf moesten winnen, maar achteraf bleek dat Go Ahead met 4-1 had gewonnen van Ajax. Na afloop was het bij ons een geweldig feest natuurlijk. We gingen eerst met z’n allen naar Ahoy waar we werden gehuldigd, daarna via een rondrit door Zuid naar de Coolsingel. Daar stonden honderdduizend mensen onze namen te scanderen. Onvergetelijk, het kippenvel is net weggetrokken. Het feest heeft uiteindelijk drie dagen geduurd. Zelf zag ik toen pas echt wat Feyenoord voor Rotterdam betekent. Mensen beginnen nu nog tegen mij over dat kampioenschap. Zelfs in Amsterdam gebeurt dat. Dan hoor ik: “Daar heb je die klerelijer die ons de das om heeft gedaan.” Humor, natuurlijk.’

De wedstrijd tegen Haarlem was ook de laatste van Ove Kindvall voor Feyenoord.
‘Ik wilde dat destijds lange tijd niet geloven. Hij was pas 28 toen hij vertrok, had nog jaren meegekund. Ik dacht destijds dat het een loos dreigement was dat hij weg zou gaan en vroeg of laat wel weer op zou duiken, maar helaas was dat niet zo. Uiteindelijk heeft het heel lang geduurd voordat Feyenoord een echte opvolger voor hem heeft gevonden.’

Kijkt u nu al uit naar de hervatting van de Eredivisie?
‘Ja natuurlijk, want voor mij geldt hetzelfde als voor mannen als Rinus Israël, Willem van Hanegem en Wim Jansen: wij ademen en leven voetbal. Als ik één van hen vandaag zou spreken, vragen we elkaar eerst even kort hoe het gaat, maar daarna zijn we alleen maar over voetbal aan het praten. Als de competitie weer begint, zal het zeker aan het begin allemaal vreemd zijn. Je speelt voetbal om het publiek te vermaken, maar dat is er waarschijnlijk in het begin niet bij. Als ik voor mezelf spreek, mis ik ook dat sociale gebeuren, het ontmoeten van mensen, samen genieten van een wedstrijd.’

Hoe komt u tot die tijd de dagen door?
‘Ik weet me prima te vermaken. Ik fiets en ik lees graag en zit in het weekend nu al het Duits voetbal te kijken. Ik zat deze week al te rekenen hoe laat ik vandaag terug zou zijn van Ameland, zodat ik op tijd zou zijn voor Bayer Leverkusen tegen Bayern München, dat wil ik toch niet missen. Straks beginnen ze ook in Spanje en Engeland weer, dan krijg ik gewoon weer vierkante ogen van het voetbal kijken.’

Bron: Feyenoord.no

Aanbevolen voor jou