Nieuws

Wereldvreemd Feyenoord verliest contact met het volk

on

Zo woest glom het hoofd van Jorien van den Herik in de brievenbus, dat de hond van de buren zich prompt in de krant verslikte, dinsdagochtend rond een uur of zeven. Daar was ‘ie weer in volle glorie, na al die jaren; De Grote Kale Leider. Boos en verbitterd als vanouds.

In een open brief in de krant wilde Van den Herik even kwijt dat hij het een grote schande vond, dat beoogde nieuwe stadion voor Feyenoord, verzekerd met tientallen miljoenen aan belastinggeld. ‘Bijna misdadig’, was het, vond Jorien. En: ‘Propagandistische misleiding.’

(De rancune droop er zo opzichtig vanaf, dat het grappig werd. Jarenlang loerde Van den Herik op zijn kans om zijn opvolgers te wreken, zwaar beschimpt en beschadigd als hij vertrok uit de Kuip. Dit was het moment.)

Ik wist eerlijk gezegd niet dat het nog bestond, de ouderwetse ‘open brief’, maar voor de liefhebber van open brieven was het een onvergetelijke week. Van den Herik had de zijne amper geschreven of Feyenoord plaatste er ook eentje. Paginagroot in de gratis krant Metro, want het AD had volgens de club ‘structureel campagne gevoerd’ tegen Het Nieuwe Stadion.

Voor straf kregen we geen open brief. Dat was erg jammer voor ons, want het was een lekker trage, lijzige, oeverloze brief. Ellenlang voerde Feyenoord argumenten aan waarom er wél een nieuw stadion moest komen, alinea na alinea, in een stijl die aan de communistische partijbrieven van Fidel Castro deed denken. Toen ik halverwege was, ben ik even een boterham gaan eten.

Zoals u weet mocht het allemaal niet baten, die brief. Donderdag zette de Rotterdamse gemeenteraad definitief een streep door de plannen van Feyenoord en de stadiondirectie. Niet met een balpen, maar met een blokkwast van vette, borstelige runderharen. Het plan werd niet zozeer terzijde geschoven, maar verpulverd.

Betrekkelijk veel mensen beschouwen dat als het definitieve einde van topclub Feyenoord. Het Nieuwe Stadion zou gesneuveld zijn op sentimenten en aards conservatisme, uitgerekend in een stad waar ze niet van lullen houden, maar van poetsen.

In de jaren dertig hadden de oude Kuipbouwers tenminste ballen getoond in crisistijd, aldus weerklonk die opinie. Nu liep Feyenoord stuk op angst en behoudzucht.

Dat klinkt best aannemelijk misschien, maar het is onzin. Geloof het of niet, maar een aanzienlijk deel van de aanhang, de politiek, de opiniemakers, de eigenwijze columnisten en de economen waren (en zijn) volop bereid te geloven in een nieuw stadion. Alleen niet in dit nieuwe stadion.

De zelfverklaarde ‘Feyenoord-familie’ presenteerde na al die jaren niet alleen een plan met tal van vraagtekens en dreigende risico’s. Het verkocht zijn plan zó slecht bij de eigen achterban, dat het voor eeuwig een plek verdient in de eregalerij der totaal mislukte lobbycampagnes.

In plaats van zich open te stellen richting de buitenwereld en zelfverzekerd het debat aan te gaan, draaide het zich om, arrogant en angstig tegelijk. Het verzamelde geen breed leger van betrokkenen om zich heen, aangevoerd door een boegbeeld, maar het gooide de deur op slot. Wie kritiek had, was een sentimentele nitwit. De architecten en bouwkundigen van Red de Kuip? Amateurs en krabbelaars. Een Kuipdebat in cultureel centrum Arminius? Wij komen niet!

In de gemeenteraad viel het woord ‘autistisch’. Zo wereldvreemd had Feyenoord zich blindgestaard op zijn eigen ideeën, dat het in blinde paniek raakte toen het de grip kwijt was. Het volk was ongemerkt uit zicht verdwenen. De kar stond muurvast in de modder, en niemand die nog bereid bleek te helpen. Dat was niet de schuld van opstandige supporters, media of een rancuneuze oud-voorzitter. Dat was de schuld van de Feyenoord-familie zelf – en van niemand anders.

Bron: Ad.nl