Nieuws

Van Beek blikt nog eenmaal terug op moeilijke periode bij Feyenoord

on

Feyenoorder Sven van Beek (23) vreesde voor het einde van zijn loopbaan ‘door een botje van nog geen tien millimeter’. Het kost hem nog altijd moeite om terug te kijken op anderhalf jaar blessureleed. De verdediger van Feyenoord kijkt met de Klassieker voor de boeg nog eenmaal achterom.

Die tranen in de Kuip op 14 oktober, na het gelijkspel tegen PEC Zwolle (0-0). Het Legioen kon die avond wel huilen om alweer puntenverlies van de titelhouder. Sven van Beek vocht na zijn rentree in de hoofdmacht óók tegen de tranen, vanwege zijn terugkeer. Tevergeefs. De verdediger wilde wel vertellen over zijn lijdensweg van anderhalf jaar, maar hij kon het niet.

Van Beek is drie maanden later beduidend spraakzamer. Hij wijst de beruchte plek bij de bal van zijn voet aan. ,,Alles draaide dus om een klein botje van nog geen tien millimeter”, zegt hij. ,,Dat piepkleine botje is bij mij gebroken, maar we weten eigenlijk niet precies wanneer dat is gebeurd. Ik had al ruim een half jaar last voor we de bekerfinale tegen FC Utrecht op 24 april 2016 wonnen. Toen ik na dat seizoen terugkeerde op de club, was de pijn er nog steeds. Ik weet nog dat ik toen dacht: dit is niet goed, Sven.”

En dat bleek een juiste conclusie. Toen Feyenoord vorig seizoen als een stoomwals door de eredivisie denderde, keek Van Beek toe. Fysiek niet in staat om mee te doen, mentaal geknakt en emotioneel meer en meer geraakt. ,,Die periode heeft heel veel met mij gedaan”, knikt Van Beek. ,,Als ik nu wakker word, voel ik niet meer direct aan mijn voet. Maar dat is heel lang wel zo geweest. Ik voelde voor ik ging slapen aan die voet en meteen als ik wakker werd weer. Alsof ik hoopte dat de pijn op een dag opeens helemaal weg zou zijn. Maar zo werkt het niet.”

In de Kuip werd gefluisterd dat Van Beek de ‘Cissé-blessure’ had. Zijn Ivoriaanse oud-ploeggenoot kwam in dienst van Feyenoord meer niet dan wel in actie. Een mysterieuze voetblessure hield hem vaak aan de kant. Van Beek knikt. Zijn kwetsuur was inderdaad vergelijkbaar met de hardnekkige blessureperikelen die de Afrikaanse aanvaller had als speler van Feyenoord. ,,Alleen was bij Sekou dat piepkleine botje aan het afsterven”, zegt Van Beek. ,,Bij mij was er sprake van een kleine breuk. Ik weet nog wel dat mensen bij Cissé vaak spottend reageerden. ‘Daar heb je die Cissé weer met zijn teentje’, dat werk. Ik weet zeker dat al die mensen daar meteen van zouden terugkomen als ze zelf zouden voelen wat die blessure met je doet. Je kunt op een gegeven moment helemaal niets meer. Het heeft bijna meer revalidatietijd gekost dan tweemaal een zware kruisbandblessure.”

Maar bij de door voetballers zo gevreesde kruisbandblessure is doorgaans goed te voorspellen hoe lang het herstel gaat duren. ,,Ik wist op een gegeven moment echt niet meer of ik ooit nog zou voetballen”, zegt Van Beek. ,,Of ik überhaupt nog weleens bij de amateurs van DONK in Gouda, de club waar ik ben begonnen, een balletje zou trappen. Dat was mentaal erg zwaar. De clubleiding verlengde in die donkere periode mijn contract, daar sprak veel vertrouwen uit. Dat gaf ook wat rust. Al bleef het een lijdensweg. Zelfs in normale schoenen had ik last. Ik moest een dikke zool hebben met veel demping. De pijn begon zeurend, maar op een gegeven moment werd het zo erg dat ik niets meer kon. Zat ik thuis op mijn bed en kon ik niet lopen. Als profvoetballer.”

Tweemaal stond hij in die anderhalf jaar nog aan de aftrap. Bij nietszeggende wedstrijdjes van Jong Feyenoord. Tegen beter weten in, realiseert hij zich nu. ,,Ik was ook toen nooit pijnvrij”, zegt hij. ,,Dan maar zo, denk je dan. Maar het werd alleen maar erger. En dan komt er een moment dat je liever niet meer op de club komt. Al die fitte spelers die ergens naar toewerken. Daar moet je als langdurig geblesseerde speler niet tussen willen lopen. Ik zat in een compleet ander traject. Dat ging voor mijn gevoel niet samen. Ja, mensen vragen naar de blessure. Dat ben je op een gegeven moment ook zat. Maar eerlijk is eerlijk: als ze niets vragen, is het ook niet goed. In de stad kwam ik ook liever niet meer. Voor mij onbekende mensen doken dan op om recht in je gezicht te zeggen dat het allemaal tussen mijn oren zou zitten. Er was zelfs iemand die zei: ‘jij blijft gewoon express buiten de groep omdat de ploeg nu zoveel succes heeft en jij daar geen deel van uitmaakt’. Dat heb ik weggelachen, maar ze hadden geen idee hoe pijnlijk dat was.”

Ondertussen greep Feyenoord de eerste landstitel sinds 1999. Op 14 mei vierde ook Van Beek feest in de Kuip. ,,Maar met een dubbel gevoel”, zegt hij. ,,Ik heb daar ook staan huilen, dat geef ik toe. Feyenoord is mijn club, maar ik had in de titel geen enkele inbreng gehad. En er was twijfel of ik ooit nog zou terugkeren in het eerste elftal van Feyenoord. Dat deed iets met mij. Ik zal ook nooit zeggen dat ik kampioen ben geworden met Feyenoord. Ik trainde af en toe mee, maar dan lag ik er snel weer uit. Er nu over praten doet nog altijd zeer.”

In de maanden daarvoor stond hij op het punt om bij een psycholoog aan te kloppen. ,,Ik had mijn ouders, mijn vriendin, mijn familie. Die waren er voor mij. Maar misschien zou het ook helpen om mijn hart te luchten bij een vreemde. Maar dan dacht ik telkens: wat moet zo iemand nou zeggen? Net toen ik had besloten te gaan, ging het opeens beter. Dus is het er nooit meer van gekomen.”

Een operatie, aanvankelijk door de medische staf getypeerd als misschien wel ‘de poort naar de hel’, bood toch uitkomst. Het beruchte botje werd voor de helft weggesneden. ,,En toen stond ik er weer”, zegt Van Beek. ,,Ik kreeg applaus tijdens de training toen ik weer voluit mocht gaan in een partijspel. Ja, ik ben door deze periode wel veranderd. Ik was voorheen vaak zo perfectionistisch. Als ik dan een bal verloor, kon ik daar enorm van balen. Dat bleef dan te lang in mijn hoofd zitten. Maar dat is helemaal verdwenen. Die blessure heeft mij mentaal ijzersterk gemaakt. Ik ben ook dingen gaan inzien. Ik ben erachter gekomen hoe hard het leven kan zijn. Mensen zijn veelal met zichzelf bezig. Als het even tegenzit, kijken sommigen niet meer naar je om. Zelfs mensen van wie je dat nooit had gedacht.”

Het zette hem aan het denken. ,,Toen Ridgeciano Haps zijn sleutelbeen brak tegen FC Groningen heb ik hem meteen een berichtje gestuurd. En toen we tegen Groningen speelden, was er een omhelzing met Mike te Wierik. Hij informeerde soms hoe ik er voor stond. Was ik hem dankbaar voor. Ook vanuit Feyenoord toonden veel mensen interesse. Dat heb ik enorm gewaardeerd.”

Bij zijn terugkeer in de hoofdmacht oogde hij ijzersterk. Bijvoorbeeld tijdens zijn invalbeurt in San Paolo tegen Napoli. Of neem Manchester City-uit en de manier waarop hij de Argentijnse superster Sergio Agüero aanpakte. En natuurlijk was er zijn doelpunt in de beker tegen Heracles, inclusief zijn fraaie juichen als het vliegtuig Svenforce One. ,,Ik had niet verwacht dat ik zo snel in de basis zou terugkeren. Wel dat ik weer zo sterk zou zijn. Ja, nu zijn Eric Botteghin en Jan-Arie van der Heijden ook terug bij de groep. Wat zij vorig seizoen hebben laten zien, was fantastisch. Straks heeft onze trainer wat te kiezen. Of Oranje nog in mijn hoofd zit? Dat is wel een doel, op termijn. Maar eerst eens bij Feyenoord iets neerzetten.”

Bron: Ad.nl

Aanbevolen voor jou