Nieuws

Ijzeren Rinus: ”Als het moment daar is, zal ik heel erg bang zijn”

on

Rinus Israel wordt morgen 75 jaar. ‘IJzeren Rinus’ van de bikkelharde tackles, de man die meedogenloos ingreep, geeft het toe. ,,De dood komt dichterbij en dat is geen leuke gedachte.”

.

Eerst Coen Moulijn. Later Johan Cruijff, Tonnie Pronk en onlangs Piet Keizer. En eerder deze maand ook nog eens de Schot Tommy Gemmell, net als Rinus Israel doelpuntenmaker in de legendarische Europa Cup I-­finale in 1970 tussen Feyenoord en Celtic in San Siro (2-1). 

.

De dood zit voormalig topvoetballers de laatste tijd op de hielen. Rinus Israel trekt er een zuur gezicht bij in Culicafé TOV in Landsmeer. ‘IJzeren Rinus’ neemt een slok van zijn koffie verkeerd en zwijgt even. De 47-voudig international, voormalig speler van DWS, Feyenoord, Excelsior en PEC Zwolle, is eerlijk. ,,Het komt steeds dichterbij”, zegt hij dan. ,,Cruijff, Keizer, Pronk, Moulijn. Theo Laseroms al veel eerder. Ja, al die jongens waren jonger dan ik nu ben. Dat is geen leuke gedachte. Niet dat ik dagelijks contact had met Keizer of Cruijff, maar het deed wel wat met me. Ik zeg eerlijk: ik ben geen held. Ik ben gezond, althans ik voel me goed. Maar je weet toch nooit wat je al onder de leden hebt? Zodra ik maar wat voel, denk ik: het zal toch niet? Ja, wat dat betreft ben ik echt een angsthaas.”

.

Niet uitbundig

Laat het even op u inwerken. IJzeren Rinus, met Theo Laseroms in de jaren 70 de nachtmerrie van alle spitsen, als angsthaas. Israel schenkt zijn flesje water, dat de inmiddels lege kop koffie heeft opgevolgd, leeg. ,,Ik heb niet uitbundig geleefd”, zegt hij. ,,Zelfs nooit gerookt. Maar dat wil niet zeggen dat mij niets kan overkomen. Er ligt nu een boek over mijn leven in de winkels. Maar dat heb ik niet geschreven omdat ik nu op een bepaalde leeftijd ben gekomen. Toen auteur Harry Walstra mij vroeg voor dit boek, dacht ik: als mijn kleinkinderen straks ook kinderen krijgen, is het toch leuk dat ze kunnen zien dat hun overgrootopa, of hoe je dat ook moet noemen, vroeger nog aardig heeft kunnen voetballen.”

.

Al meer dan vijftig jaar is hij samen met zijn vrouw Greetje. Ze geloven niet in het hiernamaals, zegt Israel. Er wacht de bikkelharde verdediger van weleer simpelweg geen paradijs. ,,Als je dat wel gelooft, dan ben je misschien niet bang voor de dood als je een ernstige ziekte hebt. Of dat je weet dat het allemaal op zijn einde loopt. Ik heb dat niet, ik denk dat het op een dag gewoon voorbij is. Als dat moment daar is, zal ik heel erg bang zijn. Het is geen gespreksonderwerp voor mij en vrouw hoor. Ook niet de vraag wie er overblijft, om het maar zo te zeggen. Greetje is veel sterker dan ik. Weet je wat het is? We zitten allebei nog zo in het leven.”

.

Israel wandelt veel en fietst regelmatig. Hij gaat kijken als zijn kleinzoon Davey de Haze in de derde divisie voor De Dijk uitkomt. Ook als zijn kleindochter Rachel de Haze, handbalster in de eredivisie bij VOC, in actie komt, zit Israel op de tribune. Op zaterdagochtend schuift hij steevast samen met Jan Jongbloed aan bij NH Sportcafé met Leo Driessen als presentator. ,,Ik vind het leven nog veel te leuk. Eigenlijk nog net zo leuk als tien of vijftien jaar geleden. Zoals ik me nu voel, sta ik er goed op. Alleen die knieën hè, als ik een paar dagen achter elkaar heb gewandeld, dan worden die gewrichten stijf en gevoelig. Dan moet ik een ontstekingsremmer nemen en dan kan ik weer vooruit. Ik heb ook last van veel vocht in de knieën. Daarom draag ik overdag een soort bandages om mijn knieën, zeker als ik een paar kilometer ga wandelen. Die doe ik pas weer af als ik in de avonduren lekker voor de televisie ga liggen. Tijdens onze vakanties in Spanje zijn die gezwachtelde knieën trouwens wel lastig, hoor. Dan draag ik noodgedwongen een broek die net over die bandages valt. Een korte broek met die dingen er onder, dat is natuurlijk geen porum.”

.

Wie koffiedrinkt met Israel, krijgt ook niet het idee dat hij aan het aftellen is. Er zit nog nauwelijks roest op IJzeren Rinus. ,,Nou, ik heb natuurlijk wel een nieuwe heup”, corrigeert Israel. ,,Dat was omdat ik van een scooter ben gevallen. Het besef dat ik op leeftijd ben, is er natuurlijk ook wel gewoon. En dat besef wordt met de jaren steeds groter. Maar ik kan echt niets bedenken om nu al afscheid te nemen van het leven.”

.

Gelijkmaker

Voor ons op tafel ligt het boek IJzeren Rinus, de gouden jaren van voetbalicoon Rinus Israel. Journalist Harry Walstra schreef het. Israel won tussen 1966 en 1974 met Feyenoord alles wat er te winnen viel. Met de finale van de Europa Cup I in San Siro op 6 mei 1970 als hoogtepunt. Israel tekende voor de gelijkmaker (1-1) en had met een lange bal een fors aandeel in de winnende treffer van de Zweed Ove Kindvall (2-1). 

.

Anderhalf jaar geleden reisde hij met journalist Jaap Visser naar Glasgow voor een verhaal in het XXL Boek, Feyenoord De Grootste. De Celtic-spelers Evan Williams, Bobby Lennox en Bertie Auld ontvingen hem met het grootste respect. ,,Eerlijk gezegd”, grinnikt Israel, ,,wist ik niet meer precies wie die jongens waren. Ik ben ook niet zo met Celtic bezig geweest in die tijd. En ik heb de finale ook nooit meer teruggekeken, al zie je de doelpunten af en toe nog weleens voorbij komen.”

.

Israel leeft volgens eigen zeggen niet in het verleden. Hij begint zelf nooit over de successen van weleer, al was de periode als speler van Feyenoord onvergetelijk. ,,Ik heb geen dag in mijn leven het idee gehad dat ik meer of beter was dan bijvoorbeeld de tuinman om de hoek omdat ik toevallig een Europa Cup in mijn handen heb gehouden. Ik ben echt nooit ergens binnengelopen met mijn handen in de lucht alsof ik de wereldbeker weer even vast heb. Zo zit ik niet in elkaar. Gelukkig.”

.

Ouwehoeren

Hij woont in Landsmeer. Had hij niet liever in Rotterdam gewoond? ,,Was het maar waar”, zegt hij lachend. ,,Dan had ik dagelijks op Varkenoord gezeten. Dat vind ik echt leuk. Lekker ouwehoeren met Wim Jansen. Dat doe ik nu eens in de zoveel tijd in de Brasserie van de Kuip, soms met Michel Beukers (scout van Feyenoord, red.) erbij. Ik hoop dat Feyenoord kampioen wordt. Nu komt de stress om de hoek kijken. Maar wie daar aan ten onder gaat, is geen speler voor een topclub. Nu moeten die gasten er staan. Ja, dat was wel dé kracht van Feyenoord in de periode rond 1970. In de kleedkamer in San Siro hadden we gewoon lol, vlak voor de finale. We maakten manager Guus Brox nog gek door maar te blijven zeuren om een premie. Die man riep op een gegeven moment ‘laat die hele Europa Cup maar lekker zitten dan’. En wij, Wim Jansen, Willem van Hanegem en de andere jongens maar lachen. En toen kwam dat Celtic, met die volledig georganiseerde warming-up. Daar ergerden wij ons kapot aan. We wilden dat elftal verslaan.”

.

Het mentale gedeelte dus als pijler onder één van de meest indrukwekkende prestaties in het Nederlandse voetbal ooit. Israel knikt. Of hij spijt heeft van zijn rigoureuze ingrepen op het veld, die zijn handelsmerk werden? ,,Ik kon het gewoonweg niet verdragen als ik als speler werd gepasseerd. Dat was in mijn beleving niet toegestaan. Dan kwam ik soms thuis en dacht ik ‘ach, ach, Rinus. Hoe heb je het zo ver kunnen laten komen?’ Maar de volgende dag deed ik het gewoon weer. Maar zo stonden veel spelers van die generatie er in, hoor. Johan Neeskens en Willem van Hanegem waren de beste vrienden, maar ze schopten elkaar op het veld bijkans ongelukkig. Die geldingsdrang, als je dat hebt, dan haal je zeer waarschijnlijk toch veel meer uit je loopbaan. Begrijp me goed, het gaat niet om elkaar even lekker helemaal in elkaar schoppen. Maar hardheid, dat is ook een kwaliteit.”

.

Bron: Ad.nl

Aanbevolen voor jou