feyenoordpagina

HISTORIE

on

Vraag tien Feyenoord-supporters naar het mooiste moment uit de historie van hun club en er ontbrandt een discussie waar geen einde aan komt. Was het winnen van de Europa Cup 1 mooier dan het eerste landskampioenschap? De goals van Julio Cruz tegen Juventus, betekenden die meer voor Feyenoord dan het schot waarmee Rinus Bennaars ooit in Antwerpen Vasas Budapest op de knieën kreeg? En het vertrek van de Groote Beer en de Waterman naar Lissabon, was dat indrukwekkender dan 30.000 supporters die in De Kuip op twee gigantische televisieschermen zagen hoe Feyenoord kampioen werd in Groningen? De historie van Feyenoord is zo rijk aan roemruchte momenten, dat niemand daar antwoord op weet. En dat is maar goed ook.

 

1 1908 1913

Van Wilhelmina tot Feyenoord
Het is zondagmiddag 19 juli 1908. Op het plein voor de Wilhelminakerk in de Oranjeboomstraat in de Rotterdamse wijk Feijenoord voetballen een aantal jongens, zoals wel vaker in die dagen. Geld voor een echte leren bal hebben ze niet. De arbeiders op Rotterdam-Zuid, voornamelijk werkzaam in het havengebied, hebben het niet breed, dus de jongens behelpen zich met een tot bal samengeperste prop kranten, omwikkeld met pakpapier.

De Vereeniging
Maar toch, juist die zondag is een bijzondere. Een van de jongens, Kees van Baaren, heeft als verjaarscadeau van zijn vader, die een florerende timmerwinkel drijft, een echte leren bal gekregen. Dat is wel even iets anders dan met een papieren prop! Razend enthousiast besluiten Kees, Gerard van Leerdam, Henk Mulder en Nico Struijs later die middag in koffiehuis De Vereeniging aan de Persoonshaven een voetbalclub op te richten. Als naam kiezen ze Wilhelmina, naar de kerk waar het allemaal begon. Het eerste clubtenue: een rood shirt met blauwe mouwen, witte broek. Als speelterrein wordt De Put gekozen, een opgespoten terrein tussen het Afrikaanderplein en de Hilledijk. Eind juli 1908 wint Wilhelmina daar zijn eerste echte wedstrijd, met 2-1 van Be Quick uit Bospolder in Rotterdam-West.

Hoe enthousiast de jongens ook zijn, het kost de club moeite om een een elftal samen te stellen. Daarom fuseert Wilhelmina in het voorjaar van 1909 met Volharding en verandert de naam in Hillesluis-Feijenoord-Combinatie (HFC). De Rotterdamsche Voetbalbond (RVB) accepteert die naam echter niet, omdat het te veel verwarring zou geven met het al langer bestaande HFC uit Haarlem. Op voorstel van rechtsbuiten Jan van Ouwerkerk kiezen de leden voor Celeritas. Voortaan wordt ook in andere shirts gespeeld: geelzwart, horizontaal gestreept.

Afrikaanderplein
Het veld op De Put is eigenlijk te slecht om op te voetballen. Vanaf 1909 speelt Celeritas dan ook op het Afrikaanderplein, waar een echt voetbalveld ligt. Kees van Baaren weet de gemeente Rotterdam over te halen het veld daar ter beschikking te stellen. De onverschrokken Van Baaren bedingt daarbij bovendien een zeer schappelijke huurprijs: slechts een rijksdaalder per jaar, ook voor die tijd niet veel.

RVV Feijenoord
De nieuwe naam is geen lang leven beschoren. Wanneer Celeritas als kampioen van de eerste klasse van de RVB in 1912 promoveert naar de derde klasse van de Nederlandsche Voetbalbond (NVB), moet de naam opnieuw worden veranderd. In Den Haag speelt namelijk ook al een club die zich Celeritas noemt. Op een bewogen ledenvergadering op 15 juli 1912 worden drie alternatieven in stemming gebracht: RVV Het Zuiden, RVV Mars en RVV Feijenoord. Met 21 stemmen voor, tegen 4 voor Het Zuiden en 2 voor Mars, kiezen de leden die middag als nieuwe naam: Rotterdamsche Voetbal Vereeniging Feijenoord. Ook wordt dan het inmiddels klassieke tenue gekozen: een roodwit shirt met zwarte broek en zwarte kousen met een roodwitte band. Op 25 augustus wint Feyenoord de eerste prijs in het bestaan: de Concordiaan-beker.

 

2 1914 - 1923

 

Een echt stadion en de eerste Klassieker
In 1916 wordt Feyenoord kampioen van de derde klasse, waardoor het promoveert naar de tweede klasse van de NVB. In dat jaar fuseert de club wederom, dit keer met DCS, dat ook op het Afrikaanderplein speelt. Hierdoor krijgt het eerste elftal een kwaliteitsimpuls met onder anderen Jan Petterson en Kees Pijl. Vooral die laatste, een echte goalgetter, zal later uitgroeien tot een van de grootste voor-oorlogse spelers van de club.

Financieel gaat het niet al te best. De wedstrijden op het Afrikaanderplein worden weliswaar door duizenden mensen bezocht, maar omdat het veld eigendom is van de gemeente, kan de club geen entree heffen. Het komt geregeld voor dat de spelers zondagochtend nog moeten lappen om een bal te kunnen betalen, die een van hen dan op de fiets moet gaan kopen bij Dekker’s Sporthandel aan de Botersloot.

Kromme Zandweg
In de zomer van 1917 betrekt de club daarom een nieuw onderkomen aan de Kromme Zandweg. Daar is ruimte genoeg voor tribunes en zelfs een clubgebouw met kleedkamers. Ook door dat nieuwe stadion besluit de NVB Feyenoord in dat jaar toch te laten promoveren naar de Eerste Klasse B.

Op 13 maart 1921, twee weken voordat Feyenoord het 12,5 jarig jubileum viert, promoveert de club door het kampioenschap in de overgangsklasse naar de Eerste Klasse van de NVB, waardoor de arbeidersclub uit Rotterdam-Zuid zich voor het eerst nestelt tussen de zogenoemde ‘heerenclubs’ die in die jaren het voetbal domineren. Stadgenoot Sparta degradeert dat seizoen juist uit de hoogste klasse, maar op 22 mei 1921 spelen beide clubs toch voor het eerst tegen elkaar. Op Spangen komt Feyenoord met 2-0 achter, maar door Kees Pijl en Adriaan Koonings – die beiden twee keer scoren – wint Feyenoord de eerste Rotterdamse derby met 2-4.

Bill Julian
De kersverse eersteklasser is ambitieus. De club trekt met de Engelsman Bill Julian zelfs een professionele trainer aan. Tot die tijd waren trainingen niet meer dan onderlinge partijtjes, maar Julian werkt specifiek aan de verbetering van techniek en tactiek. De wedstrijden aan de Kromme Zandweg trekken ook steeds meer publiek. De club breidt de tribunecapaciteit uit en de gemeente legt een tramlijn aan om de mensenmassa’s zo goed mogelijk naar het stadion te vervoeren.

Klassieker
Op 9 oktober 1921 zijn tienduizend belangstellenden getuige van de eerste ontmoeting met Ajax. Feyenoord verliest met 3-2, maar tekent protest aan tegen de eerste Amsterdamse goal. De bond honoreert dat, waardoor de eerste Klassieker de boeken in gaat als een 2-2 gelijkspel. Kees Pijl en Ok Formenoy, die later nog een spraakmakende overstap naar Sparta zal maken, zorgen voor de Rotterdamse treffers.

Feyenoord eindigt dat eerste seizoen in de hoogste afdeling op een uitstekende tweede plaats, vijf punten achter Blauw Wit. Trainer Julian wordt daarna weer bedankt voor zijn diensten, want de club kan zijn salaris niet meer opbrengen. Zonder echte trainer wordt Feyenoord het jaar erop derde.

Oranje
In juni 1923 wordt de officiële naam van de club veranderd in Rotterdamse Voetbal & Atletiek Vereeniging Feijenoord, om ook de sinds 1918 zeer actieve atletiektak te vermelden. In november van dat jaar is Bertus Bul de eerste “echte” Feyenoorder in het Nederlands elftal (na de van Go Ahead overgekomen Gerrit Hulsman, die maar kort voor de club speelde en al bij zijn komst international was). De havenwerker Bul, ook wel ‘de terriër’ genoemd vanwege zijn onverschrokken wilskracht, speelt daarin plotseling tussen ‘doktoren en meesters in de rechten’, zoals hij het zelf noemt. Niet lang daarna worden ook Kees Pijl en Adriaan Koonings opgeroepen voor Oranje.

 

3 1924 1933

 

De eerste landstitel!
1924 is het dan zover. Zestien jaar na de oprichting en in het derde seizoen als eersteklasser, behaalt Feyenoord voor het eerst de landstitel! Op zeer overtuigende wijze bovendien. De ploeg wordt eerst afgetekend – met vijf punten voorsprong op naaste concurrent DFC – afdelingskampioen, nota bene door een 1-1 gelijkspel bij Ajax. Al bij het vertrek naar Rotterdam worden de Feyenoorders op het station in Amsterdam overladen met bloemen waarna duizenden mensen de ploeg opwachten bij het toenmalige station Delftse Poort.

Kampioenscompetitie
de kampioenscompetitie met de overige vier afdelingskampioenen Stormvogels, NAC, SC Enschede en Be Quick Groningen blijft Feyenoord vervolgens ongeslagen. Met een punt voorsprong op Stormvogels kroont het elftal, met Kees van Dijke, Bertus Bul, Kees Pijl (die in de kampioenscompetitie overigens vijf van de acht duels ontbrak omdat hij met Oranje in Parijs op de Olympische Spelen uitkwam), Jan Petterson en Adriaan ‘King’ Koonings als uitblinkers, zich voor het eerst tot de beste club van het land. De doorbraak van de arbeidersclub uit Rotterdam-Zuid is definitief een feit.

Bloeiperiode
De eerste landstitel vormt het begin van de eerste succesvolle bloeiperiode van de club. Aan de hand van Puck van Heel, die tussen 1923 en 1939 in Feyenoord 1 speelt en uitgroeit tot de grootste Feyenoorder van voor de Tweede Wereldoorlog, grossiert de club in het vervolg van de jaren ’20 in afdelingskampioenschappen (1926, 1927, 1928, 1929). In 1926 wordt voor het eerst ook de prestigieuze Zilveren Bal gewonnen. Twee jaar later is Feyenoord, vlak voor het twintigjarig jubileum, opnieuw de beste van Nederland en viert Rotterdam de tweede landstitel van de club. De stad gloeit wederom van trots, nu duidelijk is dat het succes van vier jaar eerder geen incident is geweest. In 1930 voegt Feyenoord ook de KNVB Beker toe aan de uitdijende prijzenkast. Goaltjesdief Jaap Barendregt zorgt in de finale tegen stadgenoot Excelsior voor de enige treffer.

 

Feijenoord – Ajax (1931)

Sterrenploeg
Het steeds talrijker wordende publiek aan de Kromme Zandweg geniet in die jaren van prachtig voetbal. Het stadionnetje barst – bijna letterlijk – uit zijn voegen. Rijen dik staan de mensen langs de kant, de tribunes zijn elke wedstrijd weer afgeladen. Toeschouwers verzinnen de meest uiteenlopende trucs om een plekje te bemachtigen en klimmen onder meer aan de achterkant van de tribunes omhoog om maar een glimp van de sterrenploeg uit Rotterdam-Zuid op te vangen. Opstootjes zijn niet ongewoon en steeds vaker moet de politie ingrijpen om de orde te handhaven. In 1931 wordt daarom besloten dat de poorten worden gesloten zodra er 12.000 mensen binnen zijn.

De club wijkt voor belangrijke wedstrijden daarom nogal eens uit naar het stadion van Sparta. Maar zelfs Het Kasteel kan de enorme toeloop nauwelijks aan, zo blijkt op 1 mei 1932 als de Rotterdammers daar voor de kampioenscompetitie Ajax ontvangen (2-4). Controleurs worden onder de voet gelopen, tribunes bestormd en de politie grijpt fors in. De immense populariteit van Feyenoord betekent maar één ding, denkt Leen van Zandvliet, die in 1925 opnieuw voorzitter is geworden. De club heeft een nieuw stadion nodig. Niet zomaar een stadion. Er moet een stadion komen voor 60 tot 65.000 toeschouwers. Een revolutionair, historisch idee is geboren.

 

4 1934 1939

 

Naar De Kuip
Op 22 juli 1935 slaat de Rotterdamse publiekslieveling Puck van Heel de eerste van 578 palen in de drassige polder van Varkenoord. Daarmee wordt een begin gemaakt van de verwezenlijking van de droom van de visionaire voorzitter Leen van Zandvliet: de bouw van een nieuw, groots en iconisch stadion voor Feyenoord. Op de steenkoude zaterdagmiddag 27 maart 1937 wordt De Kuip officieel geopend, met een wedstrijd tegen het Belgische Beerschot. Feyenoord wint met 5-2 en in de winterse buien is de eerste goal in het nieuwe stadion van Leen Vente.

Sportief heeft Feyenoord de successen uit de jaren ’20 in de eerste helft van het volgende decennium geen vervolg kunnen geven. In 1935 legt de club wel beslag op de tweede KNVB Beker in de historie (5-2 winst op Helmond), maar dat wordt na de ‘gouden jaren’ toch echt gezien als een surrogaat-prijs.

Wonderdokter
Vanaf 1935 breekt er weer een nieuwe glansperiode aan, als Feyenoord dat jaar Richard Dombi als trainer naar Rotterdam haalt. De Oostenrijker, die eigenlijk Richard Kohn heet maar als speler bij MTB Boedapest in Hongarije de bijnaam Dombi (grijze eminentie) kreeg, blijkt een garantie voor succes. Hij maakt de ploeg, die nog altijd geleid wordt door de geweldige linkshalf Van Heel en waarin zich inmiddels ook doelman Adri van Male, spil Bas Paauwe en de behendige linksbuiten Jan Linssen (die maar liefst 22 jaar in het eerste speelt) onderscheiden, zowel technisch als tactisch en conditioneel sterker. Daarnaast is Dombi ook psychologisch en medisch goed onderlegd. Zo kookt hij op een vuurtje in de kleedkamer een gloeiend heet brouwsel, dat blessures als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Wat het mengsel precies bevat wordt nooit bekend, alleen dat de basis wordt gevormd door rubberlijm. Daarnaast introduceert Dombi de zogenoemde lampenkorf, een toestel met 16 warme lampen dat zwellingen en kneuzingen wonderbaarlijk laat herstellen.

Het levert Dombi in Rotterdam de bijnaam Wonderdokter op. Hij leidt zijn nieuwe club al in zijn eerste seizoen naar de landstitel (1936). Daarna volgen nog twee afdelingstitels (1937, 1938) en een landskampioenschap (1938). Rotterdam zindert, het voetbal van de club uit Zuid is oogstrelend. Dombi heeft het aloude en vooral op Britse leest geschoeide ‘kick-and-rush’ omgevormd tot verzorgd positiespel. De spelers weten elkaar vrijwel blindelings te vinden.

Dombi’s vierde seizoen eindigt echter zonder prijs. Zelfs het afdelingskampioenschap gaat aan Feyenoord voorbij, volgens de Wonderdokter vanwege verslapping. Hij vindt dat het elftal nieuw trainersbloed nodig heeft en vertrekt in 1939 ‘in het belang van de club’, zoals hij zelf zegt. Hij zal in de jaren ’50 nog twee keer terugkeren en weliswaar geen titels meer winnen, maar wel de bodem leggen voor nieuwe successen.

 

5 1940 1949

 

Voetballen, óók in de oorlogsjaren
Op 5 mei 1940 wordt Feyenoord door een 1-0 zege bij DHC opnieuw afdelingskampioen. Nadat dat glorieus is gevierd door spelers en fans, maakt de club zich op voor een gooi naar de vijfde landstitel in de kampioenscompetitie.

Vijf dagen later, op 10 mei, landen honderden Duitse parachutisten in Rotterdam-Zuid en is Nederland officieel in oorlog met Duitsland. De Duitsers willen optrekken naar het centrum van Rotterdam, maar de Nederlandse mariniers bieden zwaar verzet. Het Noordereiland is bezet, bij de Maasbruggen wordt fel slag geleverd. Op 14 mei 1940 bombarderen de Duitsers het centrum van Rotterdam. Meer dan 800 mensen komen om, 80.000 Rotterdammers zijn dakloos, het centrum van de stad is verwoest. Een dag later capituleert Nederland.

De Duitse bezetter wil dat de kampioenscompetitie wel degelijk wordt afgewerkt. Op 18 augustus 1940 wordt Feyenoord door een 2-0 zege op Heracles op Spangen (waar de club moet spelen omdat de Kuip door de Duitsers is ingenomen) voor de vijfde keer kampioen van Nederland. Gefeest wordt er niet. ‘Het was onwerkelijk, bizar. De stad lag in puin, onze Engelse trainer Jack Hall was na de Duitse inval meteen naar Engeland gevlucht en de nazi’s hadden De Kuip gevorderd’, zegt Leen Vente, wiens café door het bombardement totaal was verwoest, daar later over.

Met uitzondering van het laatste oorlogsjaar (1944-1945) wordt er tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘gewoon’ doorgevoetbald. In het eerste ‘oorlogsseizoen’ is de bekende Rotterdamse bokstrainer Theo Huizenaar de trainer van het elftal, dat als zesde eindigt. Daarna stelt de club met Kees van Dijke voor het eerst een oud-speler aan als oefenmeester. Hij leidt Feyenoord in het seizoen 1941-1942 naar de tweede plaats. Kees Pijl, een andere oud-topschutter van het eerste, volgt hem dan op. Onder Pijl wordt Feyenoord in 1943 afdelingskampioen en tweede in de kampioenscompetitie en een seizoen later vijfde.

 

Curaçao

Op uitnodiging van de Curaçaose Voetbal Bond, die haar 25-jarig bestaan viert, reist Feyenoord eind mei 1946 als eerste club van het land af naar een van de overzeese gebiedsdelen voor een jubileumtoernooi. Met bleke gezichten stappen de spelers in het KLM-vliegtuig dat hen vanaf Schiphol via tussenstops in Glasgow, New York, Miami, Havana, Haïti en Aruba naar Willemstad brengt. Voor de veelal eenvoudige Rotterdamse jongens is het een unieke belevenis, al is rechtsback Joop van der Heide onderweg flink luchtziek. Onderweg en op Curaçao kijken ze hun ogen uit en op het eiland worden ze vorstelijk onthaald. Na zeges op Aruba (4-3), Colombia (3-2) en Suriname (8-1) gaat de finale tegen het gastland met 4-0 verloren. ‘Niemand die er om maalde, die trip was de reis van mijn leven. Daar blijf ik Feyenoord altijd dankbaar voor,’ vertelt de ijzersterke allrounder Jan Bens jaren daarna.

 

Wederopbouw

De na-oorlogse jaren staan voor Nederland en Rotterdam in het teken van de Wederopbouw. Datzelfde geldt voor Feyenoord. Opnieuw wordt met Adriaan Koonings een oud-speler als trainer aangetrokken. Na een ronduit tegenvallend eerste seizoen (zesde), is het daarna vooral ‘net niet’. De ploeg wordt in 1947 tweede achter Ajax, al wint Feyenoord in De Kuip wel van de Amsterdamse rivaal. Het jaar erop eindigt de club gelijk met EDO bovenaan. De beslissingswedstrijd in het afgeladen Olympisch Stadion gaat echter met 2-1 verloren. In 1949 wordt Koonings’ elftal tweede achter VSV uit Velsen.

 

6 1950 1959

 

Magere jaren
De jaren ’50 beginnen ronduit slecht. Feyenoord bungelt in het seizoen 1949-1950 zelfs een tijdje rondom de laatste plaats alvorens als zesde te finishen. In mei 1950 lijdt de ploeg – waarin het latere clubicoon Fred Blankemeijer als stopperspil een helft speelt – in de eigen Kuip in de vijfde ronde van het bekertoernooi maar liefst een 9-1 nederlaag, lange tijd de grootste in de clubgeschiedenis.

Feyenoord ondervindt ook de gevolgen van het opkomende professionele voetbal, dat door de Nederlandse bond fel wordt tegengehouden en bestreden. Zo kiezen in 1950 drie internationals (midvoor Joek Brandes, rechtsbinnen Piet Steenbergen en middenvelder Arie de Vroet) voor lucratieve contracten in Frankrijk. Ook de ‘wilde’ profbond NBVB, die in tegenstelling tot de KNVB wél betaald voetbal organiseert en veel publiek trekt, hengelt naar de diensten van diverse Feyenoorders.

Betaald voetbal
In 1954 gaat de KNVB overstag, mede onder druk van Feyenoord-voorzitter Cor Kieboom. De bond accepteert betaald voetbal en fuseert met de NBVB. Dat betekent niet direct een verbetering van de prestaties van Feyenoord. In het eerste ‘betaalde’ seizoen 1954-1955 moet de club bij de eerste negen eindigen om het jaar erop uit te komen in een van de vier nieuw te vormen hoofdklassen. Dat lukt pas in de laatste wedstrijd tegen Alkmaar ’54 waarin per se gewonnen moet worden. Door een goal van Nico de Bruijn, maar vooral dankzij fenomenaal keeperswerk van Henk van der Bijl is het hoofdklasserschap na een 1-0 zege in Alkmaar een feit.

 

Cor Kieboom

De gewiekste en eigenzinnige Kieboom, in het dagelijks leven eigenaar van een kolen- en oliehandel, werkt in die jaren gestaag aan het bouwen van een degelijk en kwalitatief goed elftal. Hij trekt waar nodig volop de portemonnee om nieuwe spelers te ‘kopen’. In 1955 neemt hij zelfs de volledige Haagse club Holland Sport over, waardoor onder anderen de onbetwiste goalgetter Henk Schouten voor Feyenoord gaat spelen. Hij wordt in 1956 meteen topscorer van Nederland, vooral door zijn negen goals in het duel met De Volewijckers (11-4). Ook Cor van der Gijp, nog altijd Feyenoords clubtopscorer, komt in dat jaar naar Rotterdam-Zuid. Kieboom betaalt het Dordtse Emma 18.000 gulden voor de spits.

Coen Moulijn
Op 18 september 1955 debuteert in de thuiswedstrijd tegen MVV (1-3) Coen Moulijn in het roodwitte shirt. De linksbuiten is voor 25.000 gulden overgekomen van Xerxes uit Rotterdam-Noord. Hij zal tot zijn afscheid in 1972 maar liefst 607 wedstrijden spelen voor de club en uitgroeien tot een van de grootste spelers uit de clubhistorie.

Coen Moulijn

In het seizoen 1956-1957 wordt voor het eerst gespeeld in de Eredivisie zoals we die vandaag kennen. Omdat Feyenoord en Ajax in de jaren daarvoor steeds in andere afdelingen uitkomen, wordt op 11 november 1956 dan ook de eerste Klassieker in negen jaar afgewerkt. In een afgeladen Kuip verslaat Feyenoord de Amsterdammers met maar liefst 7-3. Daan den Bleijker is die middag de grote held met vier goals.

Wisselvallig
Feyenoord speelt in die jaren bij vlagen prachtig voetbal, het publiek in de Kuip – die vanaf 1957 ook beschikt over een lichtinstallatie – geniet volop. Maar de prestaties blijven wisselvallig en de klasseringen mager. Het ontbreekt vooral aan spelers die de mouwen opstropen. Na de komst van doelman Eddy Pieters-Graafland in 1958 van Ajax, haalt de club in 1959 dan ook erkende mannetjesputters als Reinier Kreijermaat (Elinkwijk), Jan Klaassens (VVV) en Rinus Bennaars (NOAD) naar Rotterdam. Nieuwe successen lijken dan een kwestie van tijd.

 

7 1960 1969jpg

 

 

Feyenoord heerst en gaat Europa in
Op 28 mei 1961 is het eindelijk weer eens feest in De Kuip. Na 21 lange jaren zonder kampioenschap, behaalt Feyenoord door een 2-1 thuiszege op Rapid opnieuw de landstitel. Rotterdam loopt uit om de kampioenen te eren en niet zonder reden: het elftal van de Tsjechische trainer George Sobotka speelt prachtig voetbal en scoort er lustig op los. Maar liefst honderd goals produceren de Rotterdammers, met Cor van der Gijp (29), Henk Schouten (19) en Coen Moulijn (16) als topscorers. De zesde titel in de clubhistorie is er een met glans, ook al omdat aartsrivaal en regerend landskampioen Ajax twee keer wordt verslagen. Vooral de 9-5 thuiszege op de Amsterdammers van dat seizoen gaat als historisch de boeken in. In de meest doelpuntrijke Klassieker ooit is Henk Schouten met vier goals de lieveling van het Legioen.

Kampioenswedstrijd
Het kampioensfeest is een voorbode van nog veel meer succes in de jaren die volgen. Ook in de seizoenen 1961-1962, 1964-1965 en 1968-1969 is Feyenoord de beste club van het land. In 1965 wordt aan de landstitel bovendien ook nog de KNVB beker toegevoegd, waarmee de club voor het eerst in het bestaan de ‘dubbel’ wint. Datzelfde gebeurt vier jaar later, als na de kampioenswedstrijd uit bij FC Twente (1-0 winst) in de bekerfinale PSV eraan moet geloven: 1-1 en 2-0 in de replay.

Europa Cup
In september 1961 doet de club als landskampioen voor het eerst mee aan het in 1955 gestarte toernooi om de Europa Cup I, de huidige Champions League. Op 6 september is in Zweden IFK Göteborg de tegenstander. Frans Bouwmeester, een jaar eerder overgekomen van NAC Breda als opvolger van de naar Frankrijk teruggekeerde Kees Rijvers, maakt Feyenoords eerste ‘Europese’ doelpunt in de eenvoudige 3-0 zege. De terugreis naar Rotterdam verloopt nogal problematisch. Het vliegtuig moet wegens motorproblemen een tussenlanding maken in het Deense Aalborg, waarna Cor Veldhoen, Coen Moulijn, Frans Bouwmeester en trainer Franz Fuchs met geen tien paarden meer het toestel zijn in te krijgen en de reis per trein voortzetten. Thuis wordt het tegen de Zweden 8-2, waarna het Londense Tottenham Hotspur de volgende tegenstander is. Daarmee is de eerste Europese campagne van Feyenoord ten einde. De Rotterdamse semiprofs zijn niet opgewassen tegen de doorgewinterde Engelse professionals. Thuis wordt het 1-3, in Londen 1-1.

Halve finale
Een jaar later bereikt het elftal verrassend de laatste vier van het Europese kampioenentoernooi. Feyenoord maakt dat seizoen internationaal indruk door Servette (1-3 winst uit, 1-3 verlies thuis, 3-1 in de beslissingswedstrijd), Vasas Boedapest (1-1 thuis, 2-2 uit, 1-0 in de beslissingswedstrijd) en het Stade Reims (0-1 uit, 1-1 thuis) van de Franse wereldster Raymond Kopa uit te schakelen. In de eerste wedstrijd van de halve finale tegen het sterke Benfica, een jaar eerder nog winnaar van de Europa Cup voor Landskampioenen door vijfvoudig titelhouder Real Madrid met 5-3 te verslaan, wordt het in De Kuip 0-0. Zo’n vierduizend Rotterdamse fans geloven in een stunt en reizen de ploeg achterna naar Lissabon. 1500 supporters doen dat met twee grote passagiersschepen, de Grote Beer en de Waterman, die onder massale belangstelling vanaf de kades tussen Rotterdam en Hoek van Holland worden uitgezwaaid. Ondanks de grote supportersschare is het Benfica van de grote meester Eusebio in de Portugese hoofdstad te sterk: het prachtige Europa Cup-avontuur eindigt met een 3-1 nederlaag.

Doodschop
In 1965 wordt Feyenoord in de eerste ronde van het Europa Cup I-toernooi gekoppeld aan het grote Real Madrid. ‘Als je dan toch overreden wordt, kan dat beter door een Rolls Royce gebeuren dan door een boerenkar,’ verzucht de altijd uitgesproken voorzitter Kieboom plastisch. In De Kuip is er van overreden worden vooralsnog geen sprake. Door goals van Hans Venneker en Hans Kraaij verslaan de Rotterdammers het Real van Puskas en Gento met 2-1 in een snoeiharde wedstrijd. In de slotfase ontstaat een massaal opstootje tussen de spelers, als de Spaanse rechtsback Miera publiekslieveling Moulijn een doodschop verkoopt. Als één man nemen de Feyenoorders het voor hun teammakker op en onder leiding van de withete Piet Kruiver wordt de Spanjaard achterna gezeten en flink te grazen genomen. In de return is Feyenoord kansloos tegen de Spaanse grootmacht (5-0), die het toernooi dat seizoen voor de zesde keer zal winnen.

 

8 1970 1979

 

De mooiste dag
Oud-aanvoerder Gerard Kerkum en manager Guus Brox, samen belast met de transfers rond het eerste elftal, hebben in de tweede helft van de jaren ’60 gebouwd aan een ijzersterk Feyenoord. Zij halen onder anderen de verdedigers Rinus Israël (DWS) en Theo Laseroms (uit de VS), de Zweedse spits Ove Kindvall (IFK Norrköping), rechtsbuiten Henk Wery (DOS), middenvelder Franz Hasil (Schalke 04), verdediger Theo van Duivenbode (Ajax), middenvelder Willem van Hanegem en keeper Eddy Treijtel (beiden Xerxes/DHC) naar De Kuip. Met Eddy Pieters Graafland, Piet Romeijn, Cor Veldhoen en Wim Jansen, die in 1964 zijn debuut heeft gemaakt, vormen zij het hart van de ploeg die in de zomer van 1969 te maken krijgt met een nieuwe trainer: de Oostenrijker Ernst Happel, die overkomt van ADO.

Ove Kindvall
De vooral tactisch en psychologisch ijzersterke meestercoach geeft Feyenoord wat het tot dan toe miste. Voetballen konden de Rotterdammers als de beste, Happel voegt daar lef, flair en zelfvertrouwen aan toe.

Voor het oog van 25.000 meegereisde fans, zorgt Kindvall op 6 mei 1970 in Milaan voor wat nog altijd de mooiste dag is in de geschiedenis van de club. Met een leep boogballetje, diep in de verlenging, beslist hij in het kolkende San Siro in Milaan de finale van het toernooi om de Europa Cup voor Landskampioenen tegen Celtic. Feyenoord wint de Europa Cup I, als eerste Nederlandse club! Na een indrukwekkende opmars, waarin in de tweede ronde ook al bekerhouder AC Milan op grootse wijze is verslagen (1-0 nederlaag uit, 2-0 thuis), is Feyenoord op de toppen van zijn roem. Honderdduizenden supporters staan een dag later op een volgepakte Coolsingel om de helden te eren, Rotterdam zindert van genot.

 

FIB Website selectie 2015 2016 kindvall

 

Wereldbeker
Vier maanden later is het opnieuw feest in de stad. Na twee slijtageslagen tegen het spijkerharde Estudiantes de la Plata uit Argentinië, wint de club ook de Wereldbeker en mag Feyenoord zich de beste van de wereld noemen. Na het 2-2 gelijkspel in de uitwedstrijd (goals van Kindvall en Van Hanegem, na een 2-0 achterstand) is invaller Joop van Daele in De Kuip de man van de avond. Met een harde schuiver bezorgt hij Feyenoord een 1-0 zege. Meteen daarna is de jonge Van Daele, die even daarvoor zijn semiprof-bestaan als loketbeambte bij de PTT heeft verruild voor een fulltime profcontract, het middelpunt van tumult, als het Argentijnse duo Malbernat/Pachame het brilletje van zijn gezicht trekt en vertrapt. Naast Europa Cup en Wereldbeker is het legendarisch geworden ‘brilletje van Van Daele’ nog altijd een van de meest bekeken relikwieën in het Feyenoord Museum.

Niet veel later wordt de titelhouder in de eerste ronde van het Europa Cup-toernooi op beschamende wijze uitgeschakeld door het nietige UT Arad uit Roemenië (1-1 thuis, 0-0 uit). Toch viert de club dat seizoen zijn tiende landstitel, onder meer door een 3-1 uitzege op Ajax in de voorlaatste wedstrijd van het seizoen.

FIB Website selectie 2015 2016 wereldbeker

 

Wiel Coerver
Na vier seizoenen is de magie van Happel uitgewerkt. Wiel Coerver is zijn opvolger. De nieuwe trainer bouwt met jonge spelers als Peter Ressel, Lex Schoenmaker, Theo de Jong en Jörgen Kristensen aan een nieuwe ploeg en is al meteen in zijn eerste seizoen succesvol. Feyenoord wordt in 1974 voor de elfde keer landskampioen en wint dat seizoen ook de UEFA Cup. In een dubbele ontmoeting wordt Tottenham Hotspur verslagen. In Londen wordt het 2-2, thuis 2-0 door goals van Wim Rijsbergen en Peter Ressel, in een wedstrijd die ontsierd wordt door ernstige rellen op de tribunes met Engelse fans.

Na de UEFA Cup-winst breken onrustige jaren aan. Coerver moet al na twee seizoenen vertrekken, zijn Poolse opvolger Antoni Brzezanczyk houdt het maar een paar maanden vol. In 1976 komt de Joegoslaaf Vujadin Boskov als trainer over van ADO, net als Happel ooit. Zijn komst betekent wel het vertrek van clubicoon Willem van Hanegem naar AZ’67, waardoor Wim Jansen nog de enig overgebleven speler is uit het glorieuze elftal dat zes jaar eerder de Europa Cup I heeft gewonnen. Ook de periode Boskov is geen succes. In zijn eerste jaar finisht Feyenoord als vierde, het seizoen erop als tiende.

De beminnelijke Tsjech Vaclav Jezek wordt in 1978 aangesteld om te bouwen aan een verjongd en ‘Rotterdamser’ Feyenoord. Met spelers uit de eigen jeugd als Ben Wijnstekers, André Stafleu, Michel van de Korput, Stanley Brard en Wim van Til eindigt Feyenoord in 1979 als tweede.

 

9 1980 1989

 

Een eenmalige opleving
Het is zomer 1983 en De Kuip schudt op zijn grondvesten. Rotterdam heeft net op grootse wijze afscheid genomen van Feyenoord-legende Willem van Hanegem, die na omzwervingen langs AZ ’67, Chicago Sting en FC Utrecht sinds 1981 is teruggekeerd, als zich de meest opvallende transfer uit het Nederlandse voetbal voltrekt. Ajax-icoon Johan Cruijff tekent voor Feyenoord!

Revanche, wraak op zijn oude liefde. Dat is wat de legendarische nummer 14 in de armen van Feyenoord drijft. Ondanks twee kampioenschappen in Amsterdam, wordt er door het Ajax-bestuur geen prijs gesteld op de verdere diensten van zijn beroemdste speler. In Rotterdam komt hij een lucratief contract overeen, waarin Cruijff meedeelt in de recettes. Hoe meer toeschouwers, hoe meer hij zal verdienen.

Dubbel
En mensen komen er. De meest verstokte fans weigeren weliswaar een voet in De Kuip te zetten zolang Cruijff in het Feyenoord-shirt speelt, vele anderen laten al snel de scepcis varen. Zeker als ze zien dat de Amsterdammer het veelal jonge, onervaren Feyenoord van onder anderen Ben Wijnstekers, André Hoekstra, André Stafleu, Peter Houtman, Stanley Brard en Ruud Gullit bij de hand neemt en uitstekend laat spelen. Goed, er is die smadelijke uitglijder in het Olympisch Stadion, waarin Cruijffs oude ploeg zijn nieuwe met 8-2 vernedert. Maar verder is Feyenoord ongenaakbaar. Met Thijs Libregts als trainer en Cruijff als brein wint het elftal de dubbel, de zesde in de geschiedenis, waardoor ook Amsterdamse ‘Jopie’ kennismaakt met de Coolsingel.

Magere jaren
Het dubbele feest blijkt een eenmalige opleving in de verder magere jaren ’80, die nog wel zo goed waren begonnen. In 1980 wint het jonge elftal van Vaclav Jezek, met de IJslander Petur Petursson en de Brabander Jan Peters als gevreesd spitsenduo, de KNVB beker. In de finale tegen Ajax, de eerste keer dat de eindstrijd gaat tussen de beide grootmachten, klopt Feyenoord de rivaal in De Kuip met 3-1. Doelman Joop Hiele stopt bij een 1-0 achterstand een penalty van Karel Bonsink, daarna zorgen Petursson en de huidige materiaalverzorger Carlo de Leeuw voor de vijfde bekerwinst.

Verwachtingspatroon
Trainers komen en gaan in die jaren in De Kuip. De prestaties worden steeds minder, menig coach sneuvelt op het immense verwachtingspatroon van de fans, die maar moeilijk kunnen wennen aan het einde van de gouden jaren ’60 en ’70. Ook de dubbel van 1984 is geen opmaat naar betere tijden. Na de gouden greep met Cruijff wordt De Kuip meer en meer een doorgangshuis voor spelers met weliswaar een grote naam en historie, maar die tevens ver in de nadagen van hun carrière zitten. Zo dragen onder anderen Jan Sörensen, John Rep, Keje Molenaar, Tscheu La Ling en Simon Tahamata het Feyenoord-shirt, maar geen van hen kan de club werkelijk iets extra’s geven.

Onrust
Feyenoord ontbeert ook de financiën voor aankopen die het elftal écht beter maken, ook al omdat soms nog slechts een paar duizend getrouwen naar De Kuip komen. In de tweede helft van de jaren ’80 wordt het ook op bestuurlijk vlak steeds onrustiger. De zoveelste ‘nieuwe start’ in 1989, met de jonge, veelbelovende trainer Pim Verbeek aan het roer en gerenommeerde oud-spelers als Cor van der Gijp (hoofd technische staf), Coen Moulijn (elftalleider), Cor Veldhoen en Piet Steenbergen (beiden bestuurslid) rondom het elftal, loopt uit op een fiasco. Na een desastreuze competitiestart breken tijdens de thuiswedstrijd tegen Fortuna Sittard bij een 0-2 stand boze fans door de hekken om verhaal te halen bij spelers en trainer. Een zwarte bladzijde in zwarte jaren, die nog niet ten einde zijn.

 

10 1990 1999

 

Titels en bekers in rumoerige jaren
‘Op een dag als deze realiseer je je weer eens hoe groot Feyenoord eigenlijk is,’ zegt aanvoerder Jean-Paul van Gastel, als hij op zondagmiddag 25 april 1999 vanaf het bordes van het Rotterdamse stadhuis terug de Burgerzaal inloopt. Onder zijn arm klemt hij de kampioensschaal, die hij even daarvoor aan een uitzinnige, kwart miljoen mensen tellende menigte op de Coolsingel – die na zes jaar eindelijk weer is volgestroomd – heeft laten zien. Zijn ogen zijn rood, van emotie en van het bengaals vuur waarop de massa de kampioenen heeft getrakteerd.

Leo Beenhakker komt de eer toe de laatste trainer te zijn die Feyenoord naar de titel heeft geleid. De door de wol geverfde Rotterdammer, opgegroeid op een steenworp van De Kuip, smeedt van de spelersgroep waarin behalve Van Gastel, ook doelman Jerzy Dudek, Paul Bosvelt, Kees van Wonderen, Bert Konterman, Peter van Vossen, Jon Dahl Tomasson en de geniale Argentijnse sluipmoordenaar Julio Ricardo Cruz een toonaangevende rol spelen, een hechte vechtmachine. Feyenoord speelt dat seizoen niet altijd even sprankelend, het wint doorgaans wel, waardoor de veertiende titel al vijf wedstrijden voor het einde van de competitie wordt binnengehaald.

HCS
Het kampioenschap vormt een prachtig sluitstuk van een roerig decennium, dat ronduit zorgwekkend begint. De failliete sponsor HCS dreigt de club in de jaren 1990-1991 mee te slepen in zijn val en er moet flink worden gesaneerd. Sportief dreigt zelfs enige tijd degradatie. In maart 1991 wordt clubicoon Wim Jansen trainer, nadat het experiment met de jonge Pim Verbeek, later bijgestaan door de voormalige politieman Gunder Bengtsson, is uitgelopen op een fiasco.

Jansen begint de wederopbouw in de defensie en krijgt daarbij met John de Wolf en Henk Fräser twee onverzettelijke rotsblokken in de schoot geworpen. De twee groeien uit tot gezichtsbepalende symbolen van de club in de eerste helft van de jaren ’90. Fräser zorgt in het voorjaar van 1991 met een goal in de halve bekerfinale tegen PSV (0-1) voor een stunt die tot in lengte van jaren bekend zal staan als ‘de ommekeer’. De ploeg wint even later voor de zevende keer de KNVB Beker, door een 1-0 zege op Den Bosch, na een goal van Rob Witschge.

Bekersucces
Ook het seizoen erop legt Feyenoord beslag op de beker. Dan wordt Jansen als trainer opgevolgd door Willem van Hanegem, nog zo’n legendarische Feyenoorder die zijn hele leven verbonden is met de club. Al in zijn eerste seizoen leidt ‘grote Wim’ het elftal naar het landskampioenschap, misschien wel de meest onverwachte titel uit de Feyenoord-geschiedenis. Met doelman Ed de Goey, de ijzersterke verdedigers De Wolf, Fräser, Ruud Heus en Ullrich van Gobbel, stoere middenvelders Peter Bosz, Rob Witschge en Arnold Scholten en gevaarlijke en veelscorende aanvallers als Regi Blinker, Gaston Taument en Joszef Kiprich beschikt Van Hanegem misschien niet over de meest talentrijke ploeg van Nederland, maar hij kneedt het elftal wel tot een vast geheel, waarin saamhorigheid, werklust en passie worden gekoppeld aan technisch vernuft.

Toch lijkt de titel drie wedstrijden voor het einde ver uit het zicht, na een 5-2 nederlaag bij Ajax. Omdat naaste concurrent PSV onverwacht punten verspeelt, ontstaat dan een unieke titelkoorts in Rotterdam en ver daarbuiten. Door zeges op Willem II, MVV en Groningen is Feyenoord, kort daarvoor bijna failliet en gedegradeerd, plotseling toch en zeker niet onterecht kampioen van Nederland!

Golden goal
Behalve de titel, wint het elftal van Van Hanegem ook nog twee keer de beker (1993/’94 en 1994/’95), onder meer door een spectaculaire 1-0 zege in het Olympisch Stadion op Ajax. Kort voordat de dan bijna ongenaakbare Amsterdammers de Champions League zullen winnen, kegelt Mike Obiku met zijn ‘golden goal’ de aartsrivaal uit het toernooi. Daarnaast vecht het elftal, met de Zweed Henke Larsson inmiddels in de spits, een legendarische Europese bekerstrijd uit met Werder Bremen. In Duitsland speelt Feyenoord wellicht zijn beste wedstrijd in het tijdperk van De Kromme als trainer (3-4). Na ruim drie seizoenen is de magie echter uitgewerkt, van het kampioenselftal vertrekken steeds meer spelers en de resultaten worden slechter. Na een 3-0 nederlaag bij PSV moet Van Hanegem in oktober ’95 vertrekken.

FIB Website selectie 2015 2016 knvb beker

 

 

11 2000 2010
Het wonder van de UEFA Cup
Het is 6 december 2001. In het Dreisamstadion van SC Freiburg legt Pierre van Hooijdonk aan voor een vrije trap. Niks bijzonders. Kans op een doelpunt is er niet. Daarvoor is de afstand tot het Duitse doel veel te ver en de hoek te veel te moeilijk. Pierre zal wel een voorzet geven.

Hoe precies weet niemand eigenlijk, maar een fractie later vliegt de bal hard en zuiver vlak onder de verste kruising achter de Duitse doelman Golz. Feyenoord verkleint de 2-0 achterstand tot 2-1, na de 1-0 zege eerder in De Kuip genoeg voor een plaats in de vierde ronde van het UEFA Cup-toernooi. De gelijkmaker van Leonardo in de slotfase is lekker, maar niet eens echt nodig. De fenomenale vrije trap van Van Hooijdonk, een van zijn specialiteiten in die dagen, is het begin van een indrukwekkende Europese opmars, die Feyenoord via Glasgow Rangers (1-1 uit, 3-2 thuis), PSV (twee keer 1-1, winst na strafschoppen in De Kuip) en Inter (0-1 uit, 2-2 thuis) naar de finale brengt.

Coen Moulijn Fey Inter

 

Finale
Twee dagen nadat Nederland is opgeschrikt door de moord op de Rotterdamse politicus Pim Fortuyn, midden in verkiezingstijd, is Borussia Dortmund in eigen huis de tegenstander. Nederland is in shock door de moord, Rotterdam een emotionele vulkaan waar woede en verdriet om de dood van ‘Pim’ voetbal naar de achtergrond duwen.

Maar er wórdt gevoetbald en Feyenoord weet te doen wat niemand voor mogelijk houdt: als Nederlandse club een Europese beker winnen. Opnieuw is Van Hooijdonk met twee treffers, waarvan één uit een strafschop en opnieuw één uit een vrije trap, cruciaal, de derde treffer komt van de voet van Jon Dahl Tomasson. Een huldiging op de Coolsingel komt er gezien de omstandigheden niet, maar het feest is er bij de fans en de andere helden Edwin Zoetebier, aanvoerder Paul Bosvelt, Bonaventure Kalou, Christian Gyan, Kees van Wonderen, Shinji Ono, Patrick Paauwe, Thomas Razsa en Robin van Persie, onder leiding van trainer Bert van Marwijk, niet minder om. Drie maanden later speelt Feyenoord in Monaco om de Europese Supercup tegen de sterrenformatie van Real Madrid. De Rotterdammers zijn weliswaar kansloos (3-1), maar de elitewedstrijd in het mondaine prinsdom brengt de club wel op het allerhoogste internationale podium.

FIB Website selectie 2015 2016 UEFA CUP

Donkere jaren

De UEFA Cup-winst is geen voorgalm van meer succes. Er volgen een aantal donkere jaren. In 2006 sluit de Europese voetbalbond Feyenoord zelfs een jaar uit van Europees voetbal, na ernstige supportersrellen in Nancy. Hoewel Van Marwijk in vier seizoenen uitgroeit tot de langst zittende Feyenoord-trainer in het betaald voetbal, kan zijn ploeg nauwelijks een rol spelen in de strijd om het landskampioenschap (een keer tweede, drie keer derde). In 2003 haalt Feyenoord nog wel de bekerfinale, maar daarin is FC Utrecht met 4-1 te sterk. Daarna valt het succeselftal uit 2002 hoe langer hoe meer uit elkaar en in 2004 vertrekt samen met Kees van Wonderen ook de trainer uit de Kuip.

K2
Onder Ruud Gullit en vervolgens Erwin Koeman wordt het niet veel beter, ondanks de aanwezigheid van het gevreesde aanvalsduo Dirk Kuyt – Salomon Kalou. Feyenoord raakt steeds meer in een ernstige financiële, sportieve en bestuurlijke crisis, die uiteindelijk leidt tot het vertrek van voorzitter Jorien van den Herik.

In 2007 hoopt Feyenoord met de terugkeer van Van Marwijk en de komst van ‘verloren zoon’ Giovanni van Bronckhorst, verdediger Kevin Hofland en topspits Roy Makaay met de titel in één klap een einde te maken aan de misère. Dat mislukt, al wint de club wel de elfde beker in de clubgeschiedenis. Al na een seizoen vertrekt Van Marwijk weer uit De Kuip, om bondscoach van Oranje te worden.

 

Bekerfinale 07 08 collage

Mix
De veelbelovende Gertjan Verbeek lijkt in de zomer van 2008 de ideale trainer om een perfecte mix te smeden van de aanwezige routiniers en de aanstormende talenten uit de eigen jeugd, van wie Georginio Wijnaldum en Leroy Fer inmiddels de vaandeldragers zijn. Ook dat mislukt, halverwege het seizoen staat Verbeeks elftal twaalfde en moet hij het veld ruimen. Feyenoord verkeert nog steeds in forse financiële problemen en ook sportief is er nog weinig licht aan de horizon.

100 jaar Feyenoord collage

 

 

Optimisme in de Kuip
Op zondagmiddag 24 oktober 2010 beleeft Feyenoord misschien wel de allerzwartste bladzijde uit zijn roemruchte geschiedenis. In Eindhoven krijgt de ploeg van trainer Mario Been een nederlaag met dubbele cijfers te slikken: 10-0. Been, kind van de club en eerder al assistent in De Kuip, is dan bezig aan zijn tweede seizoen. Het jaar ervoor is hij overgekomen van N.E.C., vooral om de in ruime mate aanstormende talenten van de zeer succesvolle jeugdopleiding op Varkenoord in het eerste elftal in te passen.

Met een mix van jong talent en gehuurde routine verloopt het eerste seizoen van de voormalige spelmaker in De Kuip niet slecht, met een vierde plaats, kwalificatie voor Europees voetbal en een plaats in de bekerfinale (twee keer verlies tegen Ajax, 2-0 uit, 4-1 thuis). Het daaropvolgende seizoen is echter desastreus, met de vernedering in Eindhoven als dieptepunt. De tiende plaats is de laagste klassering in twintig jaar en betekent dat Feyenoord – dat financieel nog steeds in zwaar weer zit – het lucratieve Europese voetbal misloopt.

In de voorbereiding op het seizoen 2011-2012 meldt aanvoerder Ron Vlaar namens de spelersgroep aan technisch directeur Martin van Geel geen vertrouwen meer in Been te hebben, die daarop opstapt.

 

Eenheid
Onder zijn opvolger Ronald Koeman breken rooskleuriger tijden aan. De oud-international weet met beperkte middelen – veel jeugd, zoals de verdedigers Stefan de Vrij en Bruno Martins Indi en de doorgebroken middenvelder Jordy Clasie en de gehuurde Otman Bakkal – een eenheid te formeren die nog wisselvallig is, maar wel met durf speelt. Daarbij blijkt de Zweedse huurling John Guidetti (overgekomen van Manchester City) een schot in de roos. Guidetti scoort er niet alleen lustig op los, zijn enorme zelfvertrouwen en inzet stralen ook af op zijn ploeggenoten én de supporters in De Kuip. Vooral thuis is Feyenoord, met de steun van het Legioen in de rug, bijna niet te kloppen, zeker niet in de topwedstrijden. Zo gaan AZ, FC Twente, PSV en Ajax over de knie in De Kuip. Met de zege op Ajax, de eerste thuisoverwinning op de Amsterdammers sinds 2006, maakt Guidetti zich met drie goals onsterfelijk. Door een machtige eindsprint wordt Feyenoord dat seizoen zelfs tweede, wat in De Kuip door tienduizenden mensen wordt gevierd als een kampioenschap.

 

Groeibriljanten
Terwijl de schuldenlast van de club stap voor stap wordt afgebouwd en financieel gezien betere tijden gloren, mengt Feyenoord zich in Koemans tweede seizoen daadwerkelijk in de titelstrijd. De ploeg, waarin zich met Jean-Paul Boëtius en Tonny Vilhena opnieuw twee groeibriljanten van Varkenoord hebben aangediend, is lang in de race om het kampioenschap, maar moet na een nederlaag in Heerenveen (2-0) toch afhaken. Het gemis van de geschorste topscorer Graziano Pellè, die de vertrokken Guidetti inmiddels heeft doen vergeten, valt de ploeg te zwaar. Feyenoord eindigt het seizoen als derde, met evenveel punten als nummer twee PSV (69). Door een slechter doelsaldo dan de Eindhovenaren speelt Feyenoord in het seizoen 2013-2014 niet in de voorronde van de Champions League, maar in die van de Europa League.

 

Project
Koeman neemt een jaar later afscheid van Feyenoord met een tweede plaats, in een seizoen waarin zijn ploeg verschillende keren verzuimt om de koppositie te grijpen. Dat is met name te wijten aan verschillende wedstrijden waarin Feyenoord in de slotminuten punten uit handen heeft. Als het team begin maart 2014 in eigen huis met 1-2 verliest van koploper Ajax is het kampioenschap definitief uit zicht en start Koeman een project dat ertoe moet leiden dat Feyenoord de tweede plaats veiligstelt. In de laatste acht wedstrijden die onder het project vallen blijft de ploeg ongeslagen (zeven overwinningen, één gelijkspel), waardoor Koeman met plaatsing voor de voorronde van de Champions League afscheid neemt van Feyenoord. Bovendien mogen vijf Feyenoorders zich na de competitie opmaken voor het WK in Brazilië, waar Feyenoord hofleverancier is van het Nederlands elftal.

 

Overwintering
Koeman wordt opgevolgd door Fred Rutten, die op 25 juni 2014 zijn eerste training bij Feyenoord leidt. Onder Rutten boekt Feyenoord met name in Europa succes. Nadat Elvis Manu zijn ploeg met een doelpunt in blessuretijd tegen Zorya Luhansk naar de groepsfase van de Europa League schiet, kroont Feyenoord zich via onder meer thuisoverwinningen op Sevilla, Standard Luik en HNK Rijeka tot groepswinnaar. Zodoende overwintert Feyenoord voor het eerst in tien jaar tijd in Europa. Uiteindelijk wordt de ploeg uitgeschakeld in een dubbele ontmoeting met de Italiaanse topclub AS Roma.

 

De competitie verloopt ondertussen minder vlekkeloos voor Feyenoord. De ploeg laat al in de eerste maanden van het seizoen veel punten liggen en slaagt er niet in de opgelopen achterstand goed te maken. Halverwege de tweede seizoenshelft lijkt Feyenoord na overwinningen op PSV en AZ op we naar de derde plaats, maar omdat het elftal van Rutten de laatste vijf competitieduels niet weet te winnen, verspeelt Feyenoord een direct ticket voor Europees voetbal. Met Giovanni van Bronckhorst als nieuwe hoofdtrainer gaat Feyenoord vervolgens de play-offs in, maar SC Heerenveen blijkt daarin over twee wedstrijden te sterk.

 

Bekerwinst

Exact elf maanden na dat roemloze einde van het seizoen 2014-2015 schudt De Kuip van opwinding. Het is zondag 24 april 2016, tegen acht uur in de avond, en Feyenoord heeft zojuist de KNVB beker veroverd door in een spannende finale met 2-1 te winnen van FC Utrecht. De man die acht jaar daarvoor als aanvoerder voor het laatst een hoofdprijs de lucht in mocht tillen, wordt nu op de schouders genomen door zijn spelers. Giovanni van Bronckhorst flikt ‘t: in zijn eerste jaar als hoofdtrainer weet hij meteen eremetaal te winnen met zijn club. De bekerwinst heeft extra glans doordat Feyenoord als eerste club zes eredivisionisten weet uit te schakelen. Onder die clubs is Ajax, dat in de derde ronde in blessuretijd bezwijkt in een volle Kuip.

 

Dirk Kuyt is degene die uit handen van clubicoon Wim Jansen de beker in ontvangst mag nemen. Voor hem steeg aan het begin van het seizoen een oorverdovend gejuich op toen hij uit de helikopter stapte, negen jaar nadat hij De Kuip als publiekslieveling had verlaten. Kuyt bewijst zijn waarde, wordt met negentien competitiegoals clubtopscorer, maar ook de aanvoerder kan niet voorkomen dat de ploeg in de wintermaanden een enorme inzinking beleeft. Tussen half december en eind februari weet Feyenoord negen wedstrijden op rij niet te winnen. De ploeg verliest zelfs zeven keer op rij en vestigt daarmee een negatief clubrecord. Omdat daarvóór en daarna vrijwel geen punten worden verspeeld, eindigen de Rotterdammers toch nog vrij probleemloos op de derde plaats, zij het op een straatlengte achter kampioen PSV en nummer twee Ajax.

 
Terug aan de top

Met dezelfde staf en vrijwel dezelfde spelersgroep gaat Feyenoord het seizoen 2016-2017 in. Het bekersucces smaakt naar meer, roepen spelers en Van Bronckhorst tijdens de voorbereiding in koor. Het blijft niet bij woorden. De strijd met PSV om de Johan Cruijff Schaal gaat weliswaar nog verloren, maar in de competitie maakt Feyenoord vanaf dag één de intenties duidelijk.

De 0-5 overwinning op FC Groningen is de eerste in een reeks van negen zeges waarmee Feyenoord de Eredivisie start. In de tussentijd baart de ploeg opzien door in de groepsfase van de Europa League het grote Manchester United met 1-0 te verslaan in De Kuip. In de rest van de Europese campagne – waarin Feyenoord ook Fenerbahçe en Zorya Luhansk treft – worden net te weinig punten gepakt om Europees te overwinteren. In januari wordt na een nederlaag in de kwartfinales tegen Vitesse bovendien duidelijk dat de bekerwinst niet geprolongeerd zal worden.

Lang wordt daar echter niet over getreurd. Feyenoord heeft een hoger doel: het eerste kampioenschap sinds 1999. In de laatste maanden van het seizoen is de ploeg in een hevige strijd verwikkeld met Ajax, waarin Feyenoord zo nu en dan piept en kraakt maar nooit de koppositie verliest. Nadat het eerste ‘matchpoint’ door een 3-0 nederlaag tegen stadgenoot Excelsior onbenut blijft, krijgen Van Bronckhorst en zijn spelers op zondag 14 mei in De Kuip tegen Heracles Almelo een allerlaatste kans.

In de vertrouwde eigen omgeving, waar de gehele competitie niet één keer wordt verloren, is al voor de wedstrijd duidelijk dat het eigenlijk niet mis kan gaan. De Kuip kolkt als nooit tevoren en explodeert al binnen veertig seconden, wanneer aanvoerder Dirk Kuyt zijn ploeg op voorsprong schiet. Door nog twee keer te scoren (eindstand: 3-1) regisseert Kuyt zijn eigen gedroomde afscheid als profvoetballer én ontketent hij een intens Rotterdams volksfeest. De schaal die de captain na afloop in ontvangst mag nemen, is het tastbare bewijs van het feit dat Feyenoord definitief terug is aan de vaderlandse top.

Een dag nadat in De Kuip het kampioensfeest is gevierd met zo’n vijftigduizend gelukkige supporters, komt op de Coolsingel een veelvoud van dat aantal samen om de vijftiende landstitel in de clubgeschiedenis te vieren. Al uren voordat de spelers arriveren, staat de Coolsingel vol met gelukzalige supporters die als één man de kampioenen toejuichen. Wetend dat ze een zomer lang kunnen nagenieten van het succes en dat hun club in het nieuwe seizoen voor het eerst sinds 2002-2003 mag gaan deelnemen aan de groepsfase van de Champions League.

 

 

 

 

 

 

Erelijst

Landskampioen
1924, 1928, 1936, 1938, 1940, 1961, 1962, 1965, 1969, 1971, 1974, 1984, 1993, 1999, 2017

KNVB beker
1930, 1935, 1965, 1969, 1980, 1984, 1991, 1992, 1994, 1995, 2008, 2016

Johan Cruijff Schaal (Nederlandse Supercup)
1991, 1999

Europa Cup voor landskampioenen (Champions League)
1970

UEFA Cup
1974, 2002

Wereldbeker
1970

Zilveren Bal
1926, 1928, 1930, 1933, 1937, 1939, 1942, 1948

Afdelingskampioen Eerste klasse
1924, 1926, 1927, 1928, 1929, 1931, 1932, 1933, 1936, 1937, 1938, 1940, 1943

Vriendschapsbeker
1958, 1959

 

Bron: Feyenoord.nl

Aanbevolen voor jou