Nieuws

Gudde: ‘Dat stadion, dat voelde als pure magie… Dat gezang, die vlaggen, die sfeer, dat ging door m’n hele lichaam’

on

24 mei 2017. Tien dagen na de kampioenswedstrijd. Bij de ontmoeting in de lobby van het Bilderberg Parkhotel is het al overduidelijk. Er is iets veranderd. Over het ruw geboetseerde gezicht van Eric Gudde ligt een zachte gloed. Iets dat je meestal ziet bij mensen die heftig verliefd of zwanger zijn. We ontmoeten een man die zich al tien dagen lang zonder reserves laaft aan de liefde en de waardering van z’n gezin, z’n vrienden, het legioen en de stad. De buit is binnen. Feyenoord is financieel gezond, organisatorisch stabiel én kampioen van Nederland. De kroon staat op het werk. Beter, hoger, groter, mooier kan niet…
.

We beginnen bij de twee surrealistische weken die Feyenoord beleefde in de aanloop naar de voorlaatste competitiewedstrijd, uit bij Excelsior op zondag 7 mei. Rotterdam was iets aan het vieren dat er nog helemaal niet was…

‘Dat klopt helemaal! Ik kreeg na de wedstrijd tegen Vitesse al felicitatie-appjes. Dan word ik nog boos ook… En iedereen wil een graantje meepikken. Die wil dat boek schrijven, die wil die reportage maken, die wil iets met de spelers doen, die wil Feyenoord-tompoezen verkopen. Dat hebben we rustig willen houden, maar ook wij moesten wel iets gaan voorbereiden. Dan komt er natuurlijk altijd op een verkeerd moment een bloemenwagen binnen rijden… Nee, dat voelde niet goed.’

.

Gudde zat op weg naar Woudestein voor de kampioenswedstrijd in de tweede bus en zag hoe de spelersbus vast kwam te zitten in een grote groep supporters voor het stadion.

.

‘Ik zag op m’n telefoon dat de spelers dat aan het filmen en posten waren. Geweldig natuurlijk qua sfeer, maar als je dat niet gewend bent, wat doet dat met je focus?’

.

Het lot bracht Eric Gudde in die voorlaatste competitiewedstrijd in directe concurrentie met zijn oudste zoon Wouter, commercieel manager van Excelsior. De vader had met Feyenoord de winst nodig om kampioen te worden, de zoon moest met Excelsior nog één wedstrijdpunt halen om ook volgend seizoen zeker te zijn van eredivisievoetbal.

.

‘Hij zat een rij achter me. Heel af en toe hebben we wel naar elkaar gekeken, maar na die 2-0 voor Excelsior niet meer hoor. Verschrikkelijk! Ik heb ‘m na afloop natuurlijk wel gefeliciteerd, maar toen keek hij al een beetje moeilijk. Ja, apart, voor ons allemaal. Het was zó belangrijk voor ons allebei. Mijn vrouw Mariëlla heeft Wouter pas de volgende dag gebeld om te feliciteren. Die zat in een onmogelijk dilemma…’

.

Achteraf bekeken was dit natuurlijk voor beide partijen het ideale scenario.

‘Absoluut! Anders hadden we nooit die fenomenale 14 mei beleefd. Maar zo dacht ik er die zondagavond niet over, hoor. Ik kwam natuurlijk met een pesthumeur terug in de Kuip, maar dan dringt tegelijkertijd tot je door hoe erg het is voor al die mensen die dat feestprogramma hadden georganiseerd. Wéken aan gewerkt en het kon zó de prullenbak in. Die mensen zaten er helemaal doorheen. En daar kwam natuurlijk nog de onzekerheid bij van: worden we überhaupt nog wel kampioen? Ja, dat is natuurlijk bij mij ook weleens heel stiekem door m’n hoofd geschoten: 33 wedstrijden bovenaan en dat het dan in de 34e nog fout gaat…’

.

Het enige voordeel was dat de grootste gekte werd verdrongen door het realisme dat nu de laatste competitiewedstrijd, thuis tegen Heracles, moest worden gewonnen.

‘Dat stadion, dat voelde als pure magie… Dat gezang, die vlaggen, die sfeer, dat ging door m’n hele lichaam. En dan maakt Dirk na 40 seconden die goal. Die uitspatting, die emotie, die ontlading. M’n mediamanager Raymond Salomon stond schuin voor me al gelijk met tranen in z’n ogen, allerlei andere mensen ook. Ik had toen nog meer zoiets van: die wedstrijd duurt nog 89 minuten. Voor mij was de 3-0 pas de bevrijding. Maar die explosie bij die eerste goal, dat was niet normaal.’

.

‘Dat moment van het eindsignaal, dat was heel bijzonder. Dan komt er wel heel veel uit de voorbije jaren naar boven. Ja, dan hang je met het hele directieteam over elkaar heen. Martin van Geel, Mark Koevermans, Joris van Benthem, Raymond Salomon, de vrouwen erbij…

.

Als je weet wat we allemaal hebben meegemaakt… Op zo’n moment denk je daar natuurlijk niet bewust aan. Maar die uitspatting van emotie, dat schreeuwen, ook van ons, daar zit onbewust natuurlijk die hele wereld achter. Vijftien maanden daarvóór was er nog een aanval uit alle hoeken, met name op Martin. Dat je die stormen allemaal met dat hele team hebt doorstaan…’

.

Na de wedstrijd is er een besloten moment in de kleedkamer. Speech van Giovanni van Bronckhorst. Speech van Dirk Kuyt. Ook weer heftig. Dan gaat Gudde naar de bestuurskamer, waar alle aanwezigen applaudisseren als hij binnenkomt. 

.

‘Dat heb ik natuurlijk ook weleens anders meegemaakt. Dick van Well was in tranen. Hij heeft de raad van commissarissen geleid in de moeilijkste periode en ons altijd, in alle omstandigheden, onwaarschijnlijk gesteund. Kijk, Dick werd in Voetbal International uitgemaakt voor leider van een bananenrepubliek. Ook bij hem liepen mensen in z’n tuin. Hoe vaak zie je niet dat commissarissen dan gaan denken: het wordt mij te heet onder de voeten, ik knip het touwtje maar door, dan hebben wij weer even rust…. Maar hij geloofde in dit team.’

.

‘Daarna ben ik naar boven gegaan. Naar Pim Blokland. Die komt niet meer in de bestuurskamer, maar ik weet natuurlijk precies waar hij staat. Ook hij was helemaal in tranen. Dat was echt mooi om te zien. Pim was in 2010 de initiator van de Vrienden van Feyenoord. Om de club te redden, zo was toen de situatie. Daar blijf ik hem altijd dankbaar voor.’

.

Daarna ziet Eric Gudde de rest van zijn gezin. Als hij het vertelt, komt het gevoel weer terug. En z’n tranen ook. Lange stiltes na elke paar woorden.

.

‘M’n kinderen… M’n schoondochters… Dat was voor mij wel weer… behoorlijk emotioneel… Die hebben die hele rit ook meegemaakt natuurlijk. Eerst Jesper en Tim. Wouter kwam later van ADO-Excelsior. Die was na die 3-0 van de week daarvoor natuurlijk ook opgelucht dat het toch nog goed was gekomen. Ja, wat zeggen ze… ja… wat zeggen ze…? Dat weet ik eigenlijk niet eens meer. Je hangt over elkaar heen… Ik denk dat ze gewoon heel trots zijn… op hun vader… Ja… Ik heb het er nu wéér moeilijk mee… Maar wel heel mooi…’

.

‘Dat ging zo een paar dagen door. Zondagavond het kampioensfeest op de ss Rotterdam. Maandag die bizarre huldiging op de Coolsingel. Dinsdagavond een feest met spelers, staf en ál het personeel. Fulltimers, parttimers, vrijwilligers, opdrachtnemers. 500 à 600 Feyenoorders. Of je het veld doet, de marketing, kaartjes verkoopt of onder10 traint, je hebt allemaal bijgedragen… Frans Bauer kwam optreden, die dansvloer één grote chaos. En de spelers hebben daar helemaal aan meegedaan. Dat was gaaf om te zien. Met Dirk Kuyt natuurlijk weer als de grote animator.

.

Ik stond om half twaalf zelf opeens op de dansvloer met mensen die er ook in de slechte tijden waren, toen we soms echt niet wisten hoe we de salarissen moesten betalen. Dat vond ik ook wel heel bijzonder, hoor.

.

Het was één grote achtbaan van emoties die ik nu even moeiteloos oplepel, nou ja moeiteloos haha… Ik vergeet het nooit meer. Eén grote, roze wolk!’

.

Dan komen we op de waarde van het kampioenschap…

‘Als je zo lang bij Feyenoord werkt en je zou nooit een kampioenschap halen? Nee, dat was niet goed geweest. Je kan wel zeggen we hebben de schulden weggewerkt, we hebben een beker gewonnen, dit gedaan, dat gedaan, maar kampioen worden, daar gaat het in wezen allemaal om.

.

Onze kleinzoon Sep van vier jaar vroeg op de avond na Excelsior-Feyenoord: “Mag ik Opa even bellen?” Dus Wouter vraagt: “Wat ga je dan doen?” “Nou, dan ga ik keihard roepen Ex-cel-si-or!” Dat hebben ze toen maar even niet gedaan. De volgende dag vroeg zijn juf hem of oma hem kwam halen. Toen zei hij: “Nee, die ligt met opa in bed te huilen, want ze hebben verloren…”’

.

Wat hebben die tien jaar als algemeen directeur van Feyenoord met je gedaan?

.

‘In het AD hebben ze een keer acht foto’s naast elkaar gezet, daar word je niet vrolijk van… Ik heb natuurlijk ook veel vervelende dingen meegemaakt, echt met m’n handen in het haar gezeten hoe we in jezusnaam de salarissen moesten betalen, de bestorming van het Maasgebouw, dat waren diepe dalen, hoor…’

.

En met je huwelijk?

‘Ik denk dat Mariëlla het er niet altijd makkelijk mee heeft gehad. En heel af en toe heeft ze gevraagd hoe lang het nog zo door zou gaan. Ik heb er heel veel bewondering voor dat ze altijd heeft gedacht: het is zijn ambitie, zijn droom, die ga ik niet in de weg zitten. Ja, en die drie gasten, met hun aanhang. Dat is je thuisbasis. Dat is alles eigenlijk. Ik vind het een zegen… om als vader en moeder… dat soort zoons te hebben… Daar hoop ik echt nog jaren van te genieten.’

.

De jongens hebben je toch ook weleens gevraagd of je er mee op wilde houden?

‘Ja. Tim een keer en Jesper een keer. Dat was in de beginfase. Ik weet niet meer wat precies de aanleiding was, maar ze vonden het, met wat zij wisten, zó onrechtvaardig. Het is dan toch je vader… Maar goed, twee keer in tien jaar. Dat vind ik nog wel meevallen. Maar je snapt misschien wel beter de emotie toen ik net vertelde hoe ze me vastpakten na het kampioenschap.’

.

De kleinkinderen…

‘Sofie van zeven, Sep van vier en Tess van acht maanden. De afspraak is dat ik elk kwartaal een dag oppas, maar dat komt er eigenlijk te weinig van. Ik heb het pas wel in één keer goedgemaakt door drie dagen in m’n eentje voor ze te zorgen. Na de eerste paar uurtjes ging dat best wel weer soepel. Ik was na die drie dagen helemaal gebroken, maar echt heel leuk!’

.

De media?

‘Alles went… Zeker nadat Ton Boot me vertelde: “Ik heb het heel simpel gemaakt: als ik iets zie dat over mijn club of over mij gaat, sla ik gewoon die bladzijde om of zet ik de radio of tv op een andere zender.” In het begin lukte dat natuurlijk van geen kanten. Dan was Mariëlla even de kamer uit en sloeg ik toch stiekem die bladzijde op… Maar na een tijdje: perfect! Dat scheelt je een hoop energie. Martin heeft dat later ook overgenomen. En Raymond Salomon leest, hoort en ziet wél alles. Ja, hoe kan je iemand dat aandoen, haha. Maar hij vertelt me wel wat ik echt moet weten.’

.

Hoofdredacteur Jan Dirk Stouten cirkelt al een tijdje als een zeearend boven het gesprek. Wachtend op dat ene logische moment waarop hij de onvermijdelijke vraag kan stellen. Maar dan wint zijn nieuwsgierigheid het van zijn geduld. ‘Is het werk af, is de klus klaar, komt er ooit een mooier moment om te stoppen?’, vraagt hij. Gudde vertrekt geen spier. Normaal gesproken zien we het als hij wat anders gaat zeggen dan hij eigenlijk wil. Dan knijpen de lippen zich een beetje samen en zakken de oogleden vaker dan daarvoor. Maar nu blijft het vizier open…

.

‘Dat is een lastige vraag. Elk seizoen denk ik tijdens de vakantie, begin juni, wel: hoe lang ben je er, wat heb je bereikt, wat wil je nog? Met wat ik nog wilde, was ik altijd snel klaar: een keer met die schaal in m’n handen staan.’

.

‘Zie ik nou twijfel?’, vraagt Stouten. Gudde neemt een hap van zijn beschuitje. En daarna nog één. Stouten voelt dat er wat zit: ‘Het is in elk mensenleven de kunst om te weten wanneer het goed is. Als je nu zou besluiten om te stoppen, loop je de rest van je leven als een held door Rotterdam.’

.

‘In de weken vóór het kampioenschap heb ik weleens zijdelings aan mijn eigen toekomst gedacht, dat klopt wel… Maar ik had zo veel aan m’n hoofd dat ik het maar even voorbij heb laten gaan. De afgelopen tien dagen was een roze wolk. Ik kom nu langzaam weer een beetje terug in de realiteit. Dus het moment komt er wel aan…’

.

Dan wordt Gudde door de fotograaf meegevraagd naar een andere ruimte. ‘Hij gaat er mee stoppen’, zegt Stouten. Zijn voormalig nieuwsjagersbrein werkt op volle toeren. Maar Gudde is al snel terug. We pakken de draad weer op.

.

Heb je er thuis een afspraak over?

‘Als je nu Mariëlla belt, zegt ze: dat is helemaal zijn keus, daar ga ik hem nooit in beïnvloeden. Ik denk dat zij eerder tegen de vraag aan zit te hikken hoe iemand van zo krankzinnig veel uren en bijna nooit thuis kan omschakelen naar een heel ander leven. Eigenlijk is het enige dat ik nu zeker weet dat ik nooit voor een andere Nederlandse club ga werken.’

.

Wel voor de KNVB?

‘De KNVB? Als commissaris?’

.

Nee, ze gaan je bellen voor de positie van directeur betaald voetbal, de man die daar operationeel orde op zaken moet gaan stellen.

.

‘Jij denkt dat ze gaan bellen…?’

.

Ja!

.

‘Nou, ze hebben nog niet gebeld. Verbinden, veranderen, vernieuwen zijn de kernpunten in de profielschets… Dat weet ik wel.’

.

Ja, dat bedoelen we. Die link is dan snel gelegd. Ben je overigens überhaupt nog geïnteresseerd in een andere grote klus?

.

‘Dat vind ik ook lastig. Ik doe nu een aantal commissariaten. We hebben ook nog wat reizen die al heel lang op de bucketlist staan. Dat is ook een mooi perspectief… Vijf maanden Australië en dan die commissariaten eromheen, of korte klussen… Maar ja, dan denk ik ook weer gelijk aan de kinderen en kleinkinderen… Bovendien, wat ik nu doe, in een ritme van bijna alle dagen in de week, dat beschouw ik eerder als prettig dan belastend. Dus ja, wat is dan wijsheid?’

.

Terug in de lobby van het Parkhotel zegt Gudde bij het afscheid: 

‘Ik weet wat voor verhalen jullie maken, dus ik had me voorgenomen om m’n emoties een beetje onder de oppervlakte te houden. Dat is niet echt gelukt hè?! Maar ik vind het niet erg. Het is gewoon zoals het is…’

.
We kijken hem nog even na als hij over de Westersingel naar zijn Opel loopt. Opa Eric. CEO van Feyenoord. Met de instructies voor de Youth Champions League onder zijn arm. Want ook al is hij klaar, zo voelt het nog niet helemaal…

.

Negen dagen later gaat de telefoon. Vrijdagmiddag 2 juni 2017. Eric Gudde is tot een besluit gekomen. Hij heeft de raad van commissarissen en het personeel (‘dat vergeet ik ook heel m’n leven niet meer’) die ochtend geïnformeerd dat hij per 1 december 2017 gaat vertrekken.

.

‘Ik heb jullie vorige week echt in alle eerlijkheid verteld hoe ik er tóen in zat. Gaandeweg groeide de twijfel of ik, na die tien extreem intensieve jaren, echt nog de energie en de gedrevenheid zou kunnen brengen die ik altijd heb gebracht. Ja, voor een half jaar natuurlijk wel. Graag zelfs! Maar voor een langere periode…? Toen ik daar over blééf twijfelen, was er nog maar één beslissing mogelijk.’

.

‘Als ik per 1 december weg ben, gaan we eerst lang en ver weg op vakantie en veel aandacht besteden aan de familie. Ik zal echt moeten afkicken. En daarna? Dan komt er ongetwijfeld weer wat op mijn pad…’

.

TEKST: JAN DIRK STOUTEN/FRANK VIJG

.

Bron: friendsinbusiness.nl

Aanbevolen voor jou