Nieuws

Erwin Beltman; De grastovenaar van De Kuip

on

Erwin Beltman begint aan zijn vijfde seizoen in de Kuip. Viermaal op rij won de grasmeester van Feyenoord de verkiezing voor beste veld van de Eredivisie. Een record. Wat is zijn geheim?

‘Let niet op de rommel, dit is onze mancave. Er werken hier geen vrouwen’, zegt Erwin Beltman terwijl hij zijn kantoor onder de tribunes in een hoek van de Kuip binnenwandelt. ‘Jammer genoeg’, voegt hij glimlachend toe als hij twee plastic bekertjes onder het koffiezetapparaat zet.
De bank ligt bezaaid met nieuwe werkkleding; ook Beltman en zijn mannen steken zich in Feyenoordtenue, hoewel sober, zwart. Aan de muren hangen Feyenoordsjaals, klassieke Britse golfschilderijtjes en kalenders met schaars geklede dames achter handmaaiers. En niet te vergeten: het plankje met trofeeën, waarop één van de vier schalen prijkt die Beltman en zijn team wonnen. Evenals twee ‘Gouden Veters’, door Voetbal Inside uitgereikt aan Dirk Kuijt en opgedragen aan de grasmeesters. Dat gras hier een serieuze zaak is, wordt meteen duidelijk.

Onder de prijzenplank hangt een knoeperd van een whiteboard, met daarop nu al het compleet uitgedokterde schema voor komend seizoen, voorzien van alle Eredivisie-, beker- en Champions League-wedstrijden. Zo weet Beltman precies waar de drukste periodes liggen. Het kantoor is omsingeld door allerhande machines die een wasbeurt verdienen, nadat ze vanochtend de trainingsvelden van Varkenoord hebben geprikt, bemest en tot 2,5 centimeter gekortwiekt. Vanaf de werkplek hebben de heren uitzicht op het veld in de Kuip, dat volgens de aanvoerders van Eredivisieclubs al vier jaar achtereen het beste van Nederland is, met afstand. Dat is nog nooit vertoond.

Van die gelauwerde grasmat is eind juni echter weinig meer te zien. Binnen het stadion zijn ze druk met de opbouw van een kolossaal podium en extra tribunes, ter voorbereiding van een comedyshow met Jandino en Najib Amhali. Aluminiumplaten en stoeltjes bedekken grotendeels het veld. Beltman en zijn mannen hebben al afscheid genomen van de miljarden sprietjes. Ze weten: vanaf 7 juli ligt er weer een gloednieuw veld, afkomstig van het bedrijf Hendriks Graszoden. Vijftien vrachtwagens rukken vanuit het Limburgse Heythuysen aan met nieuwe, opgerolde zoden, 2.40 meter breed en 15 meter lang. Zoals elke zomer. Beltman – bonkig postuur, gebronsd gelaat, een strak baardje en korte stekelkuif – is er inmiddels aan gewend. Na het seizoen volgen er tal van evenementen die geld opleveren voor De Kuip en Feyenoord. Het gras dat hij maandenlang heeft vertroeteld en verzorgd alsof het zijn eigen kinderen zijn, wordt eruit gefreesd. ‘Nu heb ik er vrede mee. Maar het eerste jaar was dat zeker vreemd.’

De Katwijker herinnert zich nog goed dat hij in de zomer van 2014 voor het eerst het nieuwe gras erin had gelegd. Een week later zou de helikopter, met daarin nieuwe aanwinsten, tijdens de open dag De Kuip binnen vliegen. Nachtenlang staarde Beltman naar het plafond, hij kon er niet van slapen. Zouden de wortels zich wel goed genoeg hebben gehecht, vroeg hij zich af. ‘Wat nou als de zoden door die helikopter de tweede ring invliegen? Ik wist het niet. Er komt zoveel geweld op af. Gelukkig viel het mee, hoor.’ En een comedyshow is nog vrij onschuldig. Nee, dan de Monster Jam, die vorig jaar in de Kuip op het programma stond. Maakten monstertrucks ineens allerlei sprongen en donuts door de Kuip. ‘Toen draaide mijn maag effetjes.’

‘Floor! Bakkie?’, roept Beltman naar buiten. Floor Drissen ontdoet de bank van een grote doos met werkkleding en schuift aan. Hij is sinds begin 2014 assistent-grasmeester, of zoals Beltman het zegt: zijn ‘rechter- en linkerhand’ en bovendien ‘de beste lijnentrekker van Nederland’. Ze zien elkaar vaker dan hun eigen vrouw.
Beltman verandert in een spraakwaterval als het over gras gaat. Hij vertelt over ‘ongelofelijk veel stress’ die bij tropisch weer op ‘het plantje’ komt. Alsof hij niet over gras maar een mens spreekt. ‘Dat is het ook’, antwoordt hij vlug. ‘Het is een levend organisme. Daarom heb ik ook zo’n hekel aan kunstgras.’ Maar daar komen we zo op. ‘Het is een hartstikke mooi product. Gras. Meen ik serieus. Als je ziet hoe het reageert op onze behandelingen, dat is magistraal.’

Eigenlijk wilde de geboren Wassenaar boswachter worden, maar had daar ‘niet genoeg koppie-koppie’ voor. En dus koos Beltman voor de agrarische school. Op aanraden van zijn natuurkundeleraar liep hij stage bij de Koninklijke Haagsche golf- en countryclub in Wassenaar. ‘Ik stapte op mijn fietsie met mooi weer en ging achterom bij de zestiende hole. Ik kwam door het tunneltje en was gelijk verliefd: 60 hectare gras in de duinen, Nederlands mooiste golfbaan.’ Hij bleek ook een verdienstelijk golfer met een handicap van 2.3, was Nederlands kampioen onder greenkeepers en drie keer caddie van profs op de KLM Open. Beltman werkte niet voor niets achttien jaar ‘op de Haagsche’. Maar in september 2013 stapte hij over naar Feyenoord om daar zelf leiding te kunnen geven aan een team. Een vurige wens van hem.

Normaal voetbal kijken is er sindsdien voor Beltman en Drissen niet meer bij. Ook al is het de Champions League-finale, de kampioenswedstrijd of De Klassieker: ze kijken enkel en alleen naar hoe het veld ‘zich houdt’. ‘Ik probeer het wel af te leren’, zegt Drissen. ‘Maar dat gaat moeilijk, hoor’, vult Beltman hem aan. Zeker omdat ze elkaar continu aansteken met het virus, door tijdens wedstrijden kritische noten naar elkaar te sturen. ‘Er zijn nog wel wat slechte veldjes, zeg maar. Heb je de Europa League-finale gezien? Het is prachtig hoe Ajax de finale bereikte, een schitterend affiche tegen United. Maar op een veld, werkelijk waar, daar moet je de koeien nog voor intapen. Dat is toch verschrikkelijk? In Engeland liggen de mooiste velden. Ik begrijp dat je hier en daar naar andere landen moet, maar zorg dan in ieder geval dat de ondergrond goed is. De Champions League-finale in Cardiff? VRESELIJK!’, roept Beltman.

Wat er dan precies aan mankeerde? ‘In Stockholm legden ze tien dagen voor de finale nieuwe zoden neer. Je kon alle grasnaden nog zien. Ja, dat is gewoon niet best. Ze leggen daar sowieso tien matten per jaar. Ze hebben een concert gehad en leggen er dan gewoon een nieuwe mat bovenop. Dat kunnen wij hier ook doen… Na ons de zondvloed, we zien wel of het aangroeit. Maar dat is juist het spel! Het is onze taak om uit die 3,8 centimeter graszoden wortels te laten groeien.’

Over de velden in Eredivisie laat hij zich liever niet uit, zie het als een soort herenakkoord. Zelf streeft Beltman naar perfectie. ‘Zodat de spelers optimaal kunnen presteren. Ik wil gewoon niet dat zij kunnen zeggen dat het aan het veld ligt. Of aan mij, of aan de jongens of aan de trainingsvelden. Niet dat ze het zeggen, maar toch.’

Want over het gras in De Kuip heeft hij nog nooit iemand horen klagen. Al staat Beltman af en toe voor grote uitdagingen. Voor het Europese duel met AS Roma, begin 2015, lag alles er prachtig bij, tot het rond 17.00 uur ineens enorm begon te hozen en te plenzen. Een kwartier na het laatste fluitsignaal hield de regen pas op. ‘De middenbaan stond blank, was helemaal verrot, alleen maar blubber.’ Een week later kwam NAC Breda langs. Beltman zaaide extra gras, ‘parkeerde’ de warmtelampen op de middenbaan, en dekte alles toe met vliesdoek om extra warmte te creëren. De aanvoerder van NAC gaf het veld de volle 5 punten. Beltmans baas, facilitair manager Rico Salomons stond perplex: ‘Erwin, jij kunt echt toveren, hè?’ Vanaf dat moment wist hij: ‘Het maakt niet uit wat er gebeurt. We kunnen samen alles aan.’

Beltman vergelijkt het werk met een sterke ketting, met verschillende belangrijke schakels: de beste machines, de juiste graszaden en bemesting, de warmtelampen die ook in de herfst en winter zorgen voor genoeg fotosynthese én het personeel. Op wedstrijddagen werkt hij inclusief vrijwilligers met een groep van negen man. ‘Dat klikt allemaal goed. En als er ergens wel een zwakte zit, moeten we er bovenop springen.’ Zoals in de winter, als kale of dode plekken zich aandienen. Dan zaait Beltman bij met SOS. Dat grastype – geen afkorting voor Save Our Souls, maar Super Over Seeding – ontkiemt al bij 6 graden. Verder bestaat het veld in de Kuip uit Engels raaigras en veldbeemd. ‘Raai is erg stevig, de wortels hechten in elkaar en veldbeemd is puur om het veld snel dicht te krijgen.’

Die combinatie maakt het absoluut niet nodig om over te gaan tot kunstgras, vindt Beltman. Hoewel hij begrijpt dat het voor clubs met tientallen pupillenelftallen haast onoverkomelijk is. Profvoetbal is een ander verhaal. Hij neemt een rustig aanloopje om zijn punt te maken. Bij Feyenoord traint de jeugd vanaf de C’tjes op natuurgras. Hij wijst op Rick Karsdorp, deze zomer vertrokken naar AS Roma, voor 17 miljoen euro. ‘Roma speelt niet op kunstgras.’ Dan fel: ‘Nee, niemand. Alleen hier in Nederland. Het is nergens voor nodig, het slaat nergens op. Mensen zeggen: dat kun jij makkelijk roepen bij Feyenoord. Maar Feyenoord schreef vier jaar geleden nog rode cijfers. En toch hadden ze een grasmat.’

'Wil je meedoen om het grote geld? Dan moet je op natuurgras voetballen. Wil je dat niet? Dan ga je lekker in de Jupiler League spelen.’ Er moet iets gebeuren, vindt Beltman, maar dan zal de KNVB stelling moeten nemen. ‘Als je de clubs laat stemmen, dan komt er niets van. En ik snap dat de oude voorzitter van Heracles voor kunstgras is. Ten Cate is hoofdsponsor. Ja, die legt voor een appel en een ei een veld neer.’

Een degelijke oplossing is het hybrideveld, waar onder andere Arsenal, Chelsea, AC Milan en Barcelona zich tot hebben aangewend. Gras ingenaaid met een naaimachine. In Nederland hebben AZ en FC Groningen ook voor die optie gekozen en ze beschikken volgens Beltman over perfecte velden. Al ziet hij natuurlijk liever natuurgras. ‘Bij Lisse en Quick Boys bijvoorbeeld liggen prachtige natuurmatten. Ga me niet vertellen dat het dan bij Eredivisieclubs niet kan…’

Beltman valt stil, heeft er wel genoeg over gezegd. Heeft hij een geheim? ‘Je moet gewoon de uren willen maken. Als je dit ziet als een 40-urige werkweek, dan heb je een probleem.’ In drukke weken verblijft Beltman veel in het Van der Valk Hotel in Ridderkerk. Dan hoeft hij niet ’s nachts en ’s morgensvroeg helemaal terug te rijden naar Katwijk. ‘Het moet wel veilig blijven allemaal. We maken dagen van tussen de 10 en 15 uur. Dat gaat nergens over. Eigenlijk zijn we helemaal lijp.’

‘We werken naar een wedstrijd toe. Als jij drie dagen van te voren komt kijken, vind je hem mooi, wij vinden hem verschrikkelijk. We bouwen hem op. Op de wedstrijd is ‘ie honderd procent. Dan gaan er 22 slopers overheen… Laten we eerlijk zijn, die voetballers… En dan beginnen we weer opnieuw.’ Hij neemt de ‘beruchte’ kampioenswedstrijd tegen Heracles Almelo ter illustratie. Beltman en zijn team zijn al om 7.00 uur ’s ochtends aanwezig in De Kuip. Ze maaien het veld dubbel, in de lengte en de breedte, om het schaakbordpatroon te krijgen, min of meer Beltmans bescheiden handtekening. ‘Verder geen poespas. Ik kan heel leuk in de picture staan, met gemaaide logo’s en weet ik wat, maar als Feyenoord verliest… Wat dan?’ Vervolgens zet Drissen de lijnen. Daar heeft hij liefst drie uur voor nodig, met een oude kalkwagen. Zelf vindt Beltman dat een verschrikkelijk werkje. ‘Dat is echt kunst. Je kunt nog zo’n mooi veld hebben, maar als de lijnen scheef zijn, is het bagger gewoon.’

Beltman had een week ervoor, uit bij Excelsior (3-0), geen enkel moment het gevoel dat Feyenoord ging winnen. Dat sentiment was tegen Heracles in De Kuip 180 graden gedraaid. ‘Ze waren hier vorig seizoen onoverwinnelijk. Dat publiek hier gaat natuurlijk helemaal nergens over’, lacht Beltman. ‘En ja… Dat Heracles, joh. Dat was gewoon papier. Een kunstgrasploeg. Dat kon niet fout gaan.’

Met trainer Giovanni van Bronckhorst besprak Beltman dat er flink gesproeid moest worden om een ‘snel veld’ te creëren. ‘Kunstgrasploegen zijn niet gewend om op stiften, lange noppen, te voetballen.’ Het sorteerde effect. Direct: ‘Die Te Wierik ging zo mooi onderuit na 40 seconden. Maar dan moet die gekke Katwijker nog wel de bal zo in de hoek schieten. Dat hele moment sloeg nergens op. We zaten nog niet eens op onze stoel en het was al 1-0. Nou, nou, nou.’

Nadat Dirk Kuijt de hattrick vervolmaakte, hield Beltman het niet meer droog. ‘Als je dan terugdenkt aan onder welke omstandigheden we hebben gewerkt, met het weer en al die uren… Dan is het de kroon op ons werk.’ Vier keer het beste veld, vorig jaar de beker en nu het kampioenschap: ‘Er zijn een paar voorgangers die dat niet konden zeggen.’

Komend seizoen werkt hij samen met een nieuwe aanvoerder, Karim El Ahmadi. Met zijn voorganger Kuijt had Beltman ‘vanaf dag één’ een prettige band. Dan hadden ze via Whatsapp contact. ‘Wat vind je van de velden? Hoor je klachten?’ Zo kon Beltman er bovenop zitten, anticiperen als de trainingsvelden bijvoorbeeld iets te glad werden. Al haalde Kuijt wel een keer, tegen AZ, het bloed onder zijn nagels vandaan. Door een doelpunt te vieren met een knieschuiver, kortom: door een spoor van vernieling achter te laten. Stuurde Beltman een berichtje met een knipoog. ‘Leuk dat je scoort, leuk dat we winnen. Maar laten we het nou gewoon vriendelijk houden.’

‘Ik ben blij dat ik niet in de tijd van Pierre van Hooijdonk hier werkte, want die heeft het uitgevonden, met zijn buikschuivers’, grijnst hij. Niet dat Beltman ook maar een beetje om gras maalde toen hij zelf, ‘25 kilo geleden’, bij Quick Boys en Ter Leede voetbalde. ‘Ik gleed ook het hele veld over.’ Om nog maar te zwijgen over rondo’tjes en ‘geklooi’ in het zestienmetergebied. ‘Dat is funest voor een veld. Nu denk ik: sodemieter op man. Maar ik begrijp dat de voetballers er geen reet aan vinden, hoor.’

Graag zou Beltman samen met Drissen nog eens in het buitenland willen werken. Want ook grasmeesters maken wel eens een transfer. Hij lepelt zo een handjevol voorbeelden op. Paul Burgess, van Arsenal naar Real Madrid, Jonathan Calderwood van Aston Villa naar Paris-Saint Germain, Tony Stones van Wembley naar Stade de France. Zelf ziet Beltman juist Engeland wel zitten. Een binnenlandse overstap is geen optie, zegt hij resoluut. ‘We hebben het hier zo goed, daar kan geen andere club aan tippen.’

Bron: Vi.nl

Aanbevolen voor jou